Author: admin

Decentralized Finance (DeFi): de nieuwe basis van vertrouwen in de financiële wereld?

Cryptovaluta als Bitcoin beginnen steeds populairder te worden. Bedrijven als Facebook, Amazon, Google en Apple hebben inmiddels ook de directe aanval op het bancaire systeem geopend met hun eigen financiële diensten. De nieuwste trend in de fintech-wereld die snel bekendheid krijgt, is Decentralized Finance (DeFi). Wat is het, wat kun je ermee en hoe zien de volgende stappen eruit?

Het moment dat ik met mijn vader bij de Postbank een Penniemaat mocht komen ophalen, kan ik mij nog goed herinneren. Het werd dé plek voor alle stuivers, guldens en rijksdaalders die ik uit alle mogelijke hoeken verzamelde, om te sparen voor een muziekrecorder. De financiële wereld heeft zich sindsdien snel ontwikkeld, het overschrijfkaartenboekje heeft plaatsgemaakt voor Tikkie en iDeal, er worden elke dag triljoenen verstuurd over de hele wereld en banken hebben niet meer alleen het monopolie op financiële transacties.

Als je duikt in de wondere wereld van DeFi, dan kom je de meest bizarre projectnamen tegen: Sushiswap, Spaghetti, Pancake en technieken als Yield Farming. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Het project Yearn.Finance was bijvoorbeeld een tijd $40.000 per token waard, een meervoud van de waarde van Bitcoin, die momenteel schommelt rond de $10.000.

De totale marktwaarde van DeFi-projecten is in korte tijd gestegen naar $15 miljard en blijft maar doorgroeien, al zit daar net als de algemene cryptovalutamarkt flinke volatiliteit in. Het project YAM steeg bijvoorbeeld binnen een dag $500 miljoen in waarde en stortte een dag later bijna weer helemaal in.

De nieuwe basis van vertrouwen

Geld draait om vertrouwen. Vertrouwen dat de fysieke Euro’s waard zijn wat erop staat, maar ook dat het geld veilig bij een bank staat. Dat vertrouwen is de afgelopen jaren sinds de kredietcrisis flink gedaald en volgens de gezaghebbende ‘trust barometer’ van Edelman, is de financiële sector een van de wereldwijde sectoren die mensen het minst vertrouwen.

De triljoenen die momenteel worden bijgeprint door overheden wereldwijd om de coronacrisis en gevolgen ervan te lijf te gaan, geven daarnaast nog meer voedingsbodem voor het Libertarische-anarchistische gedachtengoed. Dit propageert een absolute vrijheid, waaronder een monetair systeem zonder invloed en controle van overheden en banken.

De razendsnel volwassen geworden cryptovaluta-industrie sluit hier perfect op aan en de steeds groter wordende kloof op het gebied van toegang tot financiële producten (1.7 miljard mensen wereldwijd hebben momenteel geen toegang tot financiële producten, zoals een bank- en spaarrekening), zorgt er voor dat DeFi-projecten als paddenstoelen uit de grond schieten.

DeFi: open financieel netwerk zonder tussenpersoon

De naam zegt al waar het in principe op neerkomt: decentrale financieringsinstrumenten, zoals leningen, sparen en verzekeren, maar ook handel. Een open financieel netwerk, dat in principe dezelfde producten aanbiedt maar dan zonder tussenpersoon. Peer-to-peer. Bitcoin begon hiermee puur voor betalingen, DeFi voegt dus andere financiële producten toe.

Door het weghalen van de tussenpersonen gaan de transacties sneller, veiliger en goedkoper. Ze kennen geen landsgrenzen en niemand kan hier invloed op uitoefenen, door  bijvoorbeeld een transactie te blokkeren. Ik zou dus bijvoorbeeld direct een lening kunnen geven aan Frankwatching om een nieuwe redacteur aan te nemen, zonder dat hier een bank aan te pas komt. Of een spaarrekening openen die geen negatieve rente geeft, maar juist een flinke plus.

Een netwerk van zogenaamde ‘smart contracts’ handelt dan automatisch de transacties af. Het zorgt daarbij ook voor alle benodigde en belangrijke controles in het gehele proces. En eventuele acties als betalingen niet worden uitgevoerd, zoals een aflossing.

DeFi

Snelle groei van het aantal projecten

De vele honderden bedrijven die momenteel DeFi-producten aanbieden, hebben hun projecten vrijwel allemaal gebouwd op de Ethereum-blockchain. Net als dat veel andere ‘smart contract’-projecten, decentrale applicaties en andere blockchain-projecten dat hebben gedaan. De snelle groei van het aantal projecten doet denken aan de Initial Coin Offering-bubbel eind 2017, die zorgde voor recordprijzen van de verschillende cryptovaluta als Bitcoin en Ethereum.

Het zorgde ook voor veel pijn bij de beleggers, toen de prijzen van de meeste projecten in korte tijd 95-99% daalden. Uiteindelijk bleek dat 80% van de projecten regelrechte scams bleken te zijn. Helaas zien we dat ook nu weer gebeuren, zoals met het eerder genoemde YAM-project, maar ook verschillende DeFi-exitscams.

If you can’t understand it without an explanation, you can’t understand it with an explanation. – Haruki Murakami

De decentrale droom die hiermee weer een grote stap werkelijkheid wordt, klinkt op verschillende vlakken erg mooi. Een wereld die opereert zonder regels opgesteld door en controle vanuit overheden en instituten als banken. Alles wordt georganiseerd door het individu en de directe community, die ook direct worden beloond voor de eigen inbreng.

Aandachtspunten bij DeFi

Maar een groot aandachtspunt wat DeFi helaas nog niet goed weet op te pakken, is het voorkomen van witwassen en tegengaan van financiering van bijvoorbeeld terrorisme: Anti Money Laundering en Know Your Customer. De eerste oplossingen hiervoor zijn inmiddels gelanceerd, maar worden nog maar op kleine schaal gebruikt. Ook al wordt de cryptovalutasector snel volwassen, het staat op verschillende vlakken nog steeds in de kinderschoenen.

Decentraal betekent eigen verantwoordelijkheid. Dus als je zelf iets fout doet met jouw cryptovaluta-wallet, dan ben je het geld kwijt en kun je nergens aankloppen om het terug te krijgen. De verschillende bugs die momenteel dan ook nog worden ontdekt in de ‘smart contracts’ die de DeFi-projecten gebruiken, hebben de hoogste prioriteit om op te lossen en voor altijd te voorkomen.

Het is dan nu ook vooral nog voor de echte technologie-enthousiastelingen en developers, die begrijpen hoe de functies werken.

Wie is aansprakelijk in een decentrale omgeving?

Overheden zijn na hun ervaring met de ICO-boom in 2017 met deze nieuwe hype dan ook heel snel wakker geworden. Ze proberen rondom DeFi veel sneller wet- en regelgeving op te tuigen. De grootste uitdaging blijft, wie is aansprakelijk in een decentrale omgeving? Het decentrale karakter zorgt bij Bitcoin er bijvoorbeeld voor dat hier niemand voor een rechter kan worden gedaagd of om uitleg kan worden gevraagd.

De komende tijd zal dan ook belangrijk worden voor de verdere ontwikkeling van DeFi:

  • Wat gaan de wet- en regelgevers uit de kast trekken om DeFi te beteugelen door middel van regulatie?
  • Hoe ontwikkelen de verschillende projecten zich verder?
  • Welke nieuwe mogelijkheden komen erbij, die eerder niet mogelijk waren?
  • Zal het grote publiek er ook gebruik van gaan maken?

Net als met de vorige hype in 2017, gaan we denk ik vooral heel veel projecten zien die hun verwachtingen niet waar kunnen maken en wegvallen. Net als in vorige crises blijven er een handvol bedrijven over, die vervolgens wel een waanzinnige impact gaan hebben op onze maatschappij. Zoals we hebben gezien met Amazon, Facebook en Airbnb.

Dagelijks komen er nieuwe projecten bij, die de verschillende uitdagingen op een waanzinnige manier te lijf gaan. Van stabiliteit tot gebruiksgemak en van het koppelen van de verschillende diensten tot veiligheid.

Waanzinnige technologische ontwikkelingen

Dat DeFi-banken andere financiële instellingen overbodig gaan maken – net als dat diehard Bitcoin-aanhangers al sinds het ontstaan er van betogen – zie ik zelf niet gebeuren. De Nederlandse banken lopen wereldwijd voor op het gebied van de ontwikkeling van verschillende blockchain-applicaties. Ik zie ze ook op dit vlak eigen producten ontwikkelen, die gelijk in lijn liggen met de huidige wet- en regelgeving.

Maar net als dat de PSD2-wetgeving de deur open heeft gezet voor partijen als Google en Apple om de financiële markt te betreden en Facebook nog steeds bezig is met haar Libra-project, zal ook de komende jaren de markt een waanzinnige technologische ontwikkeling doormaken.


Source: Frankwatching
Decentralized Finance (DeFi): de nieuwe basis van vertrouwen in de financiële wereld?

Coronatijd goudmijn voor complottheorieën: wat doe je er tegen?

De coronacrisis versterkt het beeld dat we in een complexe desinformatiemaatschappij terecht zijn gekomen. Als je om je heen kijkt, vliegen ‘alternatieve feiten’, complottheorieën van QAnon en post-truth over corona en aanverwante zaken je om de oren. Wat doe je ertegen?

Waar vóór de uitvinding van de drukpers het probleem een tekort aan informatie was, is er nu het probleem van een teveel aan informatie. Je kunt amper meer het kaf van het koren scheiden. Het is onvermijdelijk dat er misinformatie is, of dat er bewust misleidende informatie wordt verspreid. Daarbij omschrijf ik misinformatie als foutieve informatie die per ongeluk ontstaat en desinformatie als foutieve informatie die met opzet wordt verspreidt.

Nepnieuws

Nepnieuws is er een bekend voorbeeld van. Het is niet moeilijk nepnieuws te omschrijven. ‘Nepnieuws is misleidende en onjuiste informatie in de vorm van een nieuwsbericht, dat wordt verspreid om geld te verdienen of om de publieke opinie te beïnvloeden. Het is een vorm van desinformatie’, aldus Mediawijsheid.nl. Het Nederlandse begrip ‘nepnieuws’ komt qua definitie nauw overeen met het Engelse ‘fake news’. De Duitse equivalent ‘Lügenpresse’ gaat veel verder, en kun je in het domein van de politieke propaganda plaatsen.

Nepnieuws is gemeengoed geworden en overal te vinden. De Engelse term ‘fake news’ is in zwang geraakt tijdens het Amerikaanse presidentschap van Donald Trump. Het wordt gedefinieerd als het brengen van verzonnen verhalen als waarheid. Het frappante is dat Trump beweert de term ‘fake news’ te hebben bedacht. En dat is dan weer verzonnen.

nepnieuws fake news trump

Dit soort onzin wordt verspreid om geld te verdienen, om mensen te beïnvloeden of om onrust te veroorzaken. Dat bereik je bovendien het beste door nepnieuws extra spannend, extreem of zelfs gruwelijk te maken.

Ons eigen gedrag versterkt desinformatie, door het verspreiden van nepnieuws en complotten en door de werking van zowel traditionele en nieuwe media. Dat brengt een aantal gevaren met zich mee. Laten we daar eens naar kijken.

Desinformatie als gevaar voor de gezondheid

Neem de desinformatie rondom het coronavirus. De Engelse journalist Tom Philips beschrijft op 13 maart 2020 in The Guardian hoe ouders medische adviezen voor hun kinderen in de wind slaan en hun kroost zo blootstellen aan gezondheidsrisico’s die aan corona verbonden zijn. Philips noemt drie soorten:

  • Het misinterpreteren van correcte informatie, maar zonder de juiste context erbij te betrekken
  • Misvattingen over het coronavirus die plotseling leiden tot een bewijs van samenzwering
  • Keiharde foutieve informatie die zich voordoet als officiële gezondsheidsrichtlijnen

Huis-aan-huisbladen

Waar tot voor kort kritiek op het Nederlandse coronabeleid vooral online werd gedebiteerd, zien we nu dat dit soort ‘alternatieve feiten’ via papieren huis-aan-huisbladen worden verspreid. Dat meldt de NOS op 18 oktober 2020. Voorbeelden die worden genoemd zijn De Andere Krant, Gezond Verstand en de flyers van Bezorgde Burgers.

Maar ook zonder coronacrisis is er veel discutabele medische informatie beschikbaar. Niet voor niets spreekt de Europese Commissie van ‘gezondheidsgeletterdheid’, wat zoveel betekent dat mensen informatie over gezondheid zo kunnen begrijpen dat het hun gezondheid ten goede komt.

Een schrijnend voorbeeld zijn medische berichten op Facebook. In 2016 is van de twintig meest-gedeelde berichten met het woord ‘kanker’ in de onderwerpregel, meer dan de helft nepnieuws met ronduit foutieve gezondheidsclaims. Een van de onzinnige beweringen is dat je met een paardenbloem-dieet kanker in 42 dagen weet te verslaan. Dat is zeer kwalijk als je bedenkt dat Facebook steeds vaker als primaire nieuwsbron wordt gebruikt.

Desinformatie als gevaar voor de democratie

Anderen wijzen op negatieve effecten van desinformatie op de democratie. De Amerikaanse verkiezingen laten dat zien (Allcot, 2017; Benkler, 2018). Na onthullingen over Russische inmenging in de verkiezingen is er een grote bezorgdheid dat online desinformatie een ernstige bedreiging vormt voor de democratie.

Eigen kanalen

Want met eigen mediakanalen heb je de mogelijkheid hebt je eigen geloofwaardigheid op te vijzelen, hoe ongeloofwaardig een idee ook is. Hoe je dat doet? Ondermijn je politieke tegenstanders door hen weg te zetten. Journalisten kunnen een bedreiging vormen, juist omdat ze aan waarheidsvinding doen. Bestrijd de media.

Dat is wat president Donald Trump vrijwel dagelijks doet op Twitter of tijdens mediacontacten. Een bekend voorbeeld is het wegzetten van CNN-journalist Jim Acosta tijdens een van zijn eerste persconferenties. “You’re fake news!

complottheorieën vrouw media

Journalisten worden bedreigd

De toon is gezet. Een zeer kwalijke ontwikkeling is dat in dit klimaat journalisten worden geïntimideerd of belaagd. Ze kunnen niet meer fatsoenlijk hun werk doen. Bedreigingen worden erger en journalisten moeten hun werk beveiligd doen. De NOS besloot in oktober 2020 haar logo’s te verwijderen van satelliet en straalwagens. Het coronavirus lijkt de bedreigingen te hebben versterkt, zegt NOS-verslaggever Kysia Hekster.

Op het moment dat journalisten worden bedreigd en niet normaal hun werk kunnen doen, is er een nieuwe dreiging van de democratie.

Dit gevaar wordt onderkend en aan bescherming van de democratie tegen desinformatie wordt gewerkt. In mei 2020 analyseert Chris Tenove (University of British Columbia, Vancouver) beleidsmaatregelen om democratieën te beschermen tegen desinformatie. Veelal worden versterking van het veiligheidsbeleid, reglementering van verkiezingen en regelgeving voor media genoemd.

Europese beleidsanalist en specialist in online desinformatie Paul Butcher stelt in een voornaam discussiestuk dat structurele fouten in het politieke systeem het desinformatieprobleem in hoge aandrijven. Daarmee zouden oplossingen ook structureel moet zijn. Hij denkt dat commerciële motieven om desinformatie te verspreiden moeten worden ontmanteld, onlineplatformen eerlijker en transparanter moeten zijn en mediakanalen moeten worden gemotiveerd om minder te concurreren om aandacht. 

Desinformatie als gevaar voor opkomend geweld

Een derde gevaar is dat desinformatie leidt tot geweld en racisme. Deze maand kwam de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid met een nieuw dreigingsbeeld. Daarin meldt de NCTV dat desinformatie over het coronavirus kan leiden tot een ‘geweldsdaad’. “Eenlingen zouden vanuit een combinatie van extremistisch gedachtegoed, mogelijk psychosociale of psychische problemen en maatregelen in het kader van COVID-19 juist eerder tot een geweldsdaad kunnen overgaan”, zegt de NCTV.

Dit leidt tot het belagen van politici en journalisten. Zo krijgt CDA-politicus Pieter Omzigt openlijke doodsbedreigingen (“Ik zal je doodslaan mongool, kankermongool.”) terwijl hij op straat loopt. Demonstranten filmen politici en maken ze uit voor homo, verrader of kinderverkrachter.

Accepteer cookies

Desinformatie en eigen gedrag

De enorme hoeveelheid informatie en de daarbij behorende desinformatie doet wat met je eigen overtuiging en psychologische welzijn.

Confirmation bias ligt op de loer. Dit is de neiging om informatie te vergaren die je eerdere overtuiging bevestigt. We hebben de neiging dezelfde nieuwsbronnen te bezoeken. Als nieuwsconsument hebben we niet direct de neiging onze eigen gedachten uit te dagen en kritisch te zijn op wat we lezen of horen. Het is fijn de complexe wereld op te delen in goed en fout of meningen te onderzoeken, want ze kunnen zomaar niet passen bij je eigen ideeën. We houden daarbij van patronen en vinden het moeilijk te beseffen dat de wereld complexer is geworden. Een digitale verzuiling ligt op de loer.

Opvattingen die in strijd zijn met onze eigen opvatting, zorgen voor onaangename spanning. Het liefst vermijden we cognitieve dissonantie en zijn we bereid ons gedrag aan te passen als dat zo uitkomt (lees ‘de vos en de zure duiven’ van Aesopus er op na). Cognitieve dissonantie is een sterke motivator om ideeën te vermijden die tegen je eigen ideeën ingaan.

Dus zelfs als we betrouwbare informatie of betrouwbaar nieuws willen lezen, dan nog kan ons brein ons tegenwerken. Dat maakt ons kwetsbaar voor nepnieuws en samenzweringen. We vinden het moeilijk om eventuele fouten in onze opvattingen toe te geven.

Desinformatie door social media

Online is iedereen leverancier, distributeur en afnemer en daardoor lijken de grenzen tussen nieuws, nepnieuws en advertenties te verdwijnen, schrijft Mediawijsheid.nl. ‘Het wordt steeds moeilijker om ze van elkaar te onderscheiden en een gefundeerde mening te vormen’. De filosofe Hanna Arendt gaat een stap verder. Het onderscheid tussen waarheid en leugen kan op den duur worden uitgehold door ‘voortdurend liegen’. Wanneer uit gewoonte voortdurend alternatieve feiten worden verkondigen, wordt de werkelijkheid aangevallen. De ‘echte’ wereld verdwijnt.

Meningen, nepnieuws of feiten worden versterkt door veelvuldige herhaling. Daardoor ontstaan ‘echokamers’ en die versterken polarisatie en extremisme onder gelijkgestemden. Echokamers isoleren weerlegging.

Een recente studie van drie gedragspsychologen (Pennycook, Cannon en Rand, 2018) bevestigt dat hoe vaker een mening wordt herhaald, des te geloofwaardiger het bij de ontvanger binnenkomt. Ook als het volstrekte nonsens is.

Citaat uit dat onderzoek:

These results suggest that social media platforms help to incubate belief in blatantly false news stories, and that tagging such stories as disputed is not an effective solution to this problem.

Social media hebben daarbij een sleutelrol. Een groep wetenschappers publiceerde twee jaar geleden in Nature hun steunbewijs dat socialmedia-bots voorrang geven aan bronnen met een lage geloofwaardigheid:

We find evidence that social bots played a disproportionate role in spreading articles from low-credibility sources. Bots amplify such content in the early spreading moments, before an article goes viral. They also target users with many followers through replies and mentions. Humans are vulnerable to this manipulation, resharing content posted by bots. Successful low-credibility sources are heavily supported by social bots. These results suggest that curbing social bots may be an effective strategy for mitigating the spread of online misinformation.

Desinformatie door traditionele media (‘mainstream media’)

Ook traditionele media fungeren als real-time blaasbalg van dagelijkse opinies en gedrag dat kan leiden tot desinformatie. Het aantal liveblogs over de kleinste onderwerpen is inmiddels ontelbaar en ‘atomisatie’ van nieuws vindt plaats, alles om de aandacht van de nieuwsconsument vast te houden.

De koning naar Griekenland op vakantie? Een liveblog.
Messi weg bij Barcelona? Een liveblog.
De Meilandjes ruzie? Een liveblog.

Craving van nieuws

Dit is niet zozeer desinformatie, als wel craving van nieuws. Mensen snacken nieuws en staan niet bewust stil of het waar is of niet. Als we ons er maar goed bij voelen, of als het onze onrust wegneemt. Of juist ons onrustig maakt, zodat we blijven interacteren. Het veroorzaakt craving: het hunkeren om de kick van een click te ervaren.

En waarom willen media dit? De nieuwsconsument keert terug en zo kan, traffic en inkomsten te genereren. Vaak wordt clickbait gebruikt, ook bij kwaliteitskranten.

Favoriete thema’s? Kijk maar op tpook.nl en het wemelt van de clickbait, verzorgd door contentproductiebedrijven als Revcontent, Taboola of Outbrain.

  • ‘€250 investeren in deze bedrijven kan een tweede salaris opleveren’
  • ‘Als je een computer hebt, moet je dit spel proberen. Geen installatie’
  • ‘Als ze het kanaal van Parijs na 200 jaar leegmaken, stokt iedereens adem’
  • ‘Met dit trucje heb je nooit meer last van een te hoge energierekening’

Clickbait werkt zo goed, omdat het inspeelt op emotie, exclusiviteit, nieuwsgierigheid en uitdaging, zonder dat het echt tevredenheid oplevert.

Taboola en Outbrain noem ik niets voor niets. Zij werken samen met grote kwaliteitskranten als de Washington Post, The Guardian, Le Figaro, El Pais en Der Spiegel. Zij maken gebruik van de diensten om sponsored content te bieden. Daarmee werken ze actief mee aan craving en het verspreiden van nepnieuws omdat er grof geld mee te verdienen is. We praten over miljarden.

Nepnieuws in media

Dat media actief meewerken aan het verspreiden van nepnieuws uit economische motieven is niet nieuw. Volgens de historische database Delpher wordt het begrip ‘nepnieuws’ voor het eerst in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebruikt. Het Vrije Volk kopt ‘Nepnieuws is ‘in’ op Amerikaanse tv’ op 31 augustus 1989 en schrijft over Bloch, een spionageserie op tv waarbij fictie en werkelijkheid door elkaar lopen. Acteurs construeren een eigen beeldverslag. Zijn er geen actuele beelden over een oorlog in het Midden-Oosten? Dan is er altijd archiefmateriaal voorhanden van spectaculaire gevechten, aangevuld met dreigende muziek en een indringende voice-over.

Columnist en, destijds, Amerika-correspondent Edo Brandt schrijft in De Telegraaf in oktober 1989 een column over het aangrijpende verhaal over de cocaïneverslaving van het achtjarige jongetje Jimmy. Het verhaal van journaliste Janet Cook in de Washington Post, al eind jaren zeventig, was, aldus Brandt, ‘van a tot z uit de journalistieke duim gezogen’. Het is journalistieke volksverlakkerij.

Dan is het niet moeilijk te beseffen dat mensen traditionele media niet (meer) vertrouwen. Media werken zelf mee door nepnieuws omdat ze weten dat sensatie beter werkt dan droge feiten.

nepnieuws vrouw telefoon

Waarheidsvinding en samenzweringen

De aspecten die ik hierboven noem, leiden tot een agressieve ‘post-truth-maatschappij’. Dat is het filosofisch-politieke concept voor het verdwijnen van gedeelde objectieve normen voor waarheid. Objectieve feiten verliezen hun invloed op de publieke opinie aan een beroep op emotie en persoonlijk geloof.

Dit leidt tot een toename van samenzweringstheorieën. Een recent exponent is QAnon. QAnon is in 2017 ontstaan op het platform 4chan. De ‘Q’ staat voor de gebruiker, ‘Anon’ voor anoniem. ‘Q’ is volgens eigen zeggen een hoge militair in de Trump-regering die anoniem wil blijven

‘Q’ deelt vage, ongefundeerde berichten over wereldwijde elites, vaak pedofielen, die kinderen ontvoeren en hun bloed drinken om hun eigen leven te verlengen. Het is de ‘deep state’ en Donald Trump zou zijn aangewezen als leider om dit geheime, satanische netwerk te verslaan met een leger: de ‘Storm’.

Dat (verzonnen) satanische genootschap vindt zijn oorsprong in de film Rosemary’s Baby uit 1968. Daarin wordt voor het eerst een satanische sekte opgevoerd die hun zinnen hebben gezet op ongeboren baby’s. Dit gruwelverhaal kent vele varianten. In QAnon-kringen is het de ‘cabal’, een ritueel waarbij ‘adrenochrome’ wordt gedronken, een nepmengsel dat wordt verkregen door kinderen te verkrachten, te martelen en hun bloed te drinken nadat ze ritueel zijn vermoord. Complotdenkers menen dat dit een drug is waarbij je je leven verjongt. Extra spannend nieuws, maar complete onzin.

QAnon is een groeiende beweging en is een parapluterm geworden voor allerlei onbewezen theorieën van allerlei aard. Als je QAnon zelf nog niet kent, ken je wel de nepverhalen die erbij passen:

Over Bill Gates:

  • Bill Gates zou het coronavirus hebben uitgevonden
  • Bill Gates zou een kwaadaardig coronavaccin hebben ontwikkeld met een microchip
  • Het RIVM zou in handen zijn van Bill Gates

Over 5G:

  • Het coronavirus zou bedacht zijn om 5G-straling te verbloemen
  • In Wuhan is het coronavirus ontstaan, de plek het eerste 5G-netwerk zou zijn uitgerold

Over antivaxxen:

  • Hygiëne zou betrouwbaarder zijn dan inenten
  • Mazelen, bof en kinkhoest zouden niet zo erg erg
  • Vaccins zouden autisme veroorzaken

Over deep state:

  • 9/11 zou een ‘inside job’ zijn
  • De Nederlandse overheid zou de dood van Pim Fortuyn geregisseerd hebben
  • Justitie zou een deksel op de ‘Demmink-affaire’ van pedofilie zetten
  • Er zouden diverse geheime genootschappen zijn, zoals de Rothschilds

En ga zo maar door. Tech-journalist Jarno Duursma stelt dat er vier hoofdredenen zijn die het succes van QAnon en soortgelijke complotideeën verklaren.

  • Het is evolutionair bepaald (we zoeken altijd gevaar op en willen een versimpeling van de werkelijkheid)
  • De opkomst van internet en social media
  • Donald Trump en zijn onverholen wantrouwen van ‘mainstream media’
  • De angst en onzekerheid die de coronapandemie met zich meebrengt.

Volgens gedragswetenschapper Jan-Willem van Prooijen komt het complotdenken vooral in stressvolle situaties naar voren. Het is een reactie op angst en crisis en een manier om jezelf te beschermen, zegt hij tegenover RTL Nieuws.

Nederland en complottheorieën

De invloed van QAnon en complotdenken is in Nederland aan het toenemen. Er zijn steeds meer websites die informatie en nieuws delen met ‘waarheid die niet in mainstream media is te lezen’. Martin Vrijland, E.J. Bron en Micha Kat zijn bekende namen in deze wereld van ‘kritische vrijdenkers’. In het coronajaar 2020 zijn daar Willem Engel (‘Viruswaanzin’), Janet Ossebaard, Lange Frans, Robert Jensen, Café Weltschmerz en Tom Zwitser (‘de Blauwe Tijger/Blue Tiger Studio’) bijvoorbeeld bijgekomen.

In zijn etnografische studie ‘The Truth is out There: Conspiracy Culture In an Age of Epistemic Instability’ uit 2017 onderzocht socioloog Jaron Harambam de complotwereld. De Rotterdamse onderzoeker kroop in de levens van complotdenkers om te begrijpen wat ze denken en wat ze ermee doen.

Geen gekkies

Complotdenkers zijn geen gekkies, zegt Harambam. De ideeën die ze uiten over de werkelijkheid worden terzijde geschoven als paranoïde, irrationeel en belachelijk. Dan kom je kwalificaties tegen als ‘wappies’, ‘aluhoedjes’ of ‘plotters’ of ‘domrechtse idioten’.

Complotverhalen zijn voor velen een genormaliseerde manier geworden om de complexe wereld te begrijpen wat er daadwerkelijk gebeurt. Harambam: ‘Zowel binnen als buiten de wetenschap heerst het idee dat complottheorieën paranoïde waanvoorstellingen zijn, irrationele lezingen van de echte realiteit.’ Dat komt doordat wetenschappers complottheorieën als pseudowetenschap zien. Dit in navolging van de falsificatietheorie van Karl Popper. Het maken van simpele verklaringen, bewijs selectief en slechts bevestigend gebruiken en ongevoelig zijn voor tegenstrijdig bewijs.

Andere kijk op complotdenkers

Harambam bepleit een andere kijk op complotdenkers en het verspreiden van desinformatie. Immers, politieke schandalen als Watergate, LIBOR or het Iran-Contra-schandaal laten zien dat samenzweringen bestaan. Hij komt tot de conclusie dat complotdenkers een ‘epistemologische instabiliteit’ ervaren om de werkelijkheid te begrijpen. Hij noemt vier oorzaken:

  • Secularisering – de ultieme waarheid die het christendom uitdraagt is opgedroogd. Niet voor niets hebben complotdenkers veel affiniteit met spiritualiteit en zingeving (denk aan de graancirkels van Janet Ossebaard).
  • Mediatisering – mensen worden sceptischer wat ze nu wel of niet moeten geloven, uitgebreid hierboven behandeld.
  • Democratisering – mensen zijn kritischer op instituties (overheid, wetenschap, media).
  • Globalisering – dit leidt volgens Harambam tot een zeker cultuurrelativisme door eigen cultuur in twijfel te trekken, wat onrust en onzekerheid veroorzaakt. Denk aan het promoten van het ondergangsdenken van Oswald Spengler door uitgeverij De Blauwe Tijger.

Complotdenkers vinden dat traditionele autoriteiten geen monopolie hebben op de waarheid. En daarom kun je best op verschillende kennisbronnen leunen om de echte wereld te verklaren. Met als gevolg een geknutsel van feiten en meningen om tot een geconstrueerde eigen waarheid te komen. Vaak zie je al bij de vorm het ‘citeren’ van allerlei primaire en secundaire bronnen die het eigen gelijk aantoont. Zo kunnen samenzweringstheorieën houvast bieden aan snackende mediaconsumenten.

fake of fact

Zo bestrijden we desinformatie

Desinformatie was er al (had ik ‘War of the Worlds’ van Orson Welles al genoemd?) en gaat niet weg. Mediatisering van de samenleving draagt eraan bij. Het belang van goed geïnformeerd zijn, te falsificeren zonder te veroordelen of te versimpelen, is niet te onderschatten. Je kunt daar op verschillende manieren aan werken.

Desinformatie, zoals nepnieuws of complottheorieën, komt uit menselijke breinen. Het is daardoor in eerste instantie een menselijk probleem. Technologie heeft voor de enorme distributiepotentie gezorgd. De oplossing ligt bij de mens en het gebruik van de technologie.

Train jezelf

Begin bij jezelf. Je kunt je brein trainen om je informatievaardigheden te ontwikkelen. Train jezelf in kritisch denken, onderzoeken en feiten verzamelen. Dit kan je cognitieve dissonantie verminderen en de onrust in jezelf wegnemen.

Deze houding helpt je om zelf ook na te denken wat je zelf verspreidt aan desinformatie. Bestudeer en onderzoek eerst de informatie die je krijgt, voordat je het deelt.

Zet mensen niet buitenspel

Vervolg bij je naasten. Als je met iemand (familie, vrienden, sport, zakelijke relaties) in gesprek bent over (mogelijke) samenzweringen, stel je dan open op. Toon interesse, maak niemand belachelijk. Verdiep je in de drijfveren van de ander. Bevraag vooronderstellingen en onderzoek de opvattingen van jezelf. Zoek daarbij gezamenlijke grond: wat vind je samen belangrijk, hoe kan de wereld er een stukje beter uitzien? Schroom daarbij niet je eigen grenzen aan te geven, bijvoorbeeld over seksisme of racisme. Zoek de inclusie en niet de uitsluiting. Mocht dat niet werken, besluit dan dat het onderwerp bespreekbaar maken leidt tot een agree to disagree. Maar zet mensen nooit buitenspel.

Leer kinderen digitale geletterdheid

Stimuleer digitale geletterdheid. Nepnieuws of desinformatie bestrijden begint op school. Kinderen groeien vanaf de geboorte op met schermen en media. Gelukkig zijn er programma’s mediawijsheid waarin je leert om te gaan met nepnieuws. In 2021 wordt digitale geletterdheid opgenomen in de eindtermen van primair en voortgezet onderwijs. Dit gaat om mediawijsheid, computational thinking, ICT-vaardigheden en dergelijke. Maar kinderen van 8,9 jaar staan niet op het Binnenhof. Ook voor volwassenen is het nodig zich verder te bekwamen.

Stimuleer bedrijven

Stimuleer bedrijven. Nepnieuws bestrijden ligt niet alleen bij jezelf, maar ook bij mediabedrijven. Van hen mogen we nog meer inspanning verwachten. ‘The New York Times’ berichtte op 12 oktober 2020 dat misinformatie op Facebook veel populairder is dan vier jaar geleden. Misinformatie, desinformatie, clickbait is nog steeds aanwezig en van Facebook, Instagram, TikTok, YouTube en andere kanalen mag meer verwacht worden. Leidt dit tot onvoldoende resultaat, dan is meer wet- en regelgeving nodig, zoals de eerder aangehaalde Paul Butcher voorstelt.

Gebruik technologische innovatie

Een ander optie is technologische innovatie. Als bedrijven noch overheid in staat zijn om in te grijpen, dan kunnen nieuwe technologieën mogelijk helpen om desinformatie te bestrijden. Marleen Stikker, initiatiefnemer van De Digitale Stad, levert met ‘Het internet is stuk’ een belangrijke bijdrage van het ontstaan en repareren van het internet.

Je hoeft daar niet op te wachten. Met programma’s zoals Surfsafe of Cheq zijn er nu al innovaties beschikbaar om nepnieuws te bestrijden.

Omarm journalistieke principes

Tot slot: omarm journalistieke principes bij het beoordelen van (nieuws)bronnen. De website NewsGuard heeft negen criteria om (nieuws)bronnen te beoordelen op geloofwaardigheid. Gebruik deze criteria ook zelf:

  • De bron publiceert niet herhaaldelijk valse inhoud, of inhoud die duidelijk en aanzienlijk onjuist is en die niet snel en opvallend zijn gecorrigeerd.
  • De bron verzamelt en presenteert informatie op een verantwoorde manier. Het verwijst naar meerdere, directe bronnen en het verdraait geen informatie. Het geeft geen verkeerde voorstelling van informatie om een ​​argument over een onderwerp te maken of te rapporteren.
  • De bron corrigeert of verduidelijkt regelmatig fouten, en biedt de mogelijkheid om een fout of klacht te rapporteren; correcties worden aangegeven.
  • De bron gaat verantwoordelijk om met het verschil tussen nieuws en opinie;
  • De bron vermijdt misleidende koppen, die aanzienlijk sensationeel zijn of anderszins niet weerspiegelen wat er werkelijk in het verhaal staat.
  • De bron maakt eigendom en, indien van toepassing, financiering bekend, zodat ideologische of politieke achtergrond transparant is
  • De bron labelt reclame duidelijk, zodat je als bezoeker weet voor welke inhoud wordt betaald
  • De bron laat zien wie de leiding heeft, inclusief mogelijke belangenconflicten
  • De bron site bevat de namen van de makers van inhoud, samen met contact- of biografische informatie

Met een quote uit ‘The Curious Person’s Guide to Fighting Fake News’ van journalist David Macfee kan ik het puntig afronden.

If someone says it’s raining and another person says it’s dry, it’s not your job to quote them both. Your job is to look out of the fucking window and find out which is true.


Source: Frankwatching
Coronatijd goudmijn voor complottheorieën: wat doe je er tegen?

Gonny Vink: “We gaan straks niet meer naar kantoor voor individueel werk”

“Ik geloof dat mensen in de toekomst niet meer naar kantoor gaan om individueel werk te doen.” Aan het woord is Gonny Vink, oprichter en chief happiness officer van work21. “Er ontstaat straks een hybride vorm, we gaan het werken thuis en op kantoor combineren. Dit is niet alleen voor het milieu beter, maar ook voor de mensen zelf.”

Gonny Vink adviseert organisaties en teams in duurzame verandering op het snijvlak van mens, organisatie en technologie. Om flexibeler, sneller en wendbaar te zijn. Dit start altijd bij de mens. Gonny is mede-auteur van het boek Never waste a good crisis (aff.).

“Bedrijven zullen gaan kijken naar hoe ze hun kantoor het beste in kunnen richten, zodat medewerkers hier goed kunnen samenwerken. Maak ook met je team goede afspraken, wat is er voor nodig een succesvol team te zijn? Blijf daar ook over in gesprek met elkaar.”

Belangrijk is dat je op elkaar kunt rekenen.

Gedragsverandering en elkaar leren kennen

“Wat je ziet is dat veel bedrijven in deze periode hebben ingestoken op dat we met elkaar op afstand moeten kunnen communiceren en vergaderen. Maar nu de volgende stap: hoe gaan we slim samenwerken, kennisdelen en ontwikkelen op afstand? Tools en technologie zijn hierbij een hulpmiddel, gedragsverandering is cruciaal.

Gonny ziet ook positieve effecten sinds de coronacrisis: “We hebben ontzettend veel geleerd. We zijn bij mensen via videobellen naar binnengestapt, we leren elkaar wat beter kennen en snappen elkaar beter.”

Meer weten over de visie van Gonny op samenwerking en alles uit je team halen? Bekijk de hele video hieronder:

Accepteer cookies

Bekijk hier de interviews met de andere thought leaders.

Open Up Digitals is een serie video-interviews met thought leaders uit de wereld van digitale transformatie en de digitale werkplek. Keynote-spreker en trendwatcher Lieke Lamb spreekt met een indrukwekkende line-up top-experts uit Europa, de VS en Australië. Over hoe zij de wereld van nu ervaren, welke veranderingen zij zien en hoe de toekomst van ons werk en leven zal zijn.

Thema’s als de digitale transformatie, innovatie, HR, future of work, communicatie, samenwerking en verbinding staan centraal in deze serie. Hoe moeten bedrijven met veranderingen omgaan, wat kunnen medewerkers doen om aan te haken en welke les moeten we leren? Een positieve kijk in de wereld van morgen, door de ogen van de thought leaders. Open Up Digitals is een co-productie van Fellow Digitals en Frankwatching.


Source: Frankwatching
Gonny Vink: “We gaan straks niet meer naar kantoor voor individueel werk”

Google Ads: belangrijke wijzigingen & wat dat betekent voor de toekomst

De afgelopen maanden en jaren heeft Google Ads een aantal impactvolle veranderingen doorgevoerd. Elk van deze veranderingen heeft op korte termijn gevolgen voor je campagnes. Daarnaast hebben ze allen belangrijke implicaties voor de toekomst van Google Ads als advertentieplatform.

Deze veranderingen hebben impact op iedereen die adverteert via Google Ads. Dit heb ik ook zelf ondervonden in de tientallen Google Ads-accounts die we voor klanten beheren.

Voor elke verandering zal ik je laten zien hoe je dit merkt in Google Ads en wat je hier concreet mee kunt doen. Vervolgens kijken we aan de hand daarvan alvast naar wat ons te wachten staat in 2021 en hoe je hierop kunt inspelen.

Laten we de grootste veranderingen van de afgelopen periode op een rij zetten.

Minder zoektermen

Begin september kwam Google onverwachts met een belangrijke update. Het was even schrikken toen de volgende melding in onze Google Ads-accounts verscheen:

Google Ads zoektermen melding

Kort daarna volgde iets meer uitleg vanuit Google:

In order to maintain our standards of privacy and strengthen our protections around user data, we have made changes to our Search Terms Report to only include terms that a significant number of users searched for. We’re continuing to invest in new and efficient ways to share insights that enable advertisers to make critical business decisions.

Vanaf nu toont Google dus alleen nog maar zoektermen die door een ‘significant aantal’ gebruikers zijn gezocht. Wanneer een zoekterm precies significant genoeg is blijft onduidelijk.

Uit onderzoek van Seer bleek al snel dat ongeveer 20% van alle klikken nu niet meer te herleiden is tot een zoekterm. Dit percentage komt ook overeen met wat we zien bij onze klanten.

In de praktijk betekent dit dus dat je voor een vijfde van de klikken waarvoor je betaalt, niet meer kunt zien welke zoekterm iemand heeft gebruikt. Daarom is het voor adverteerders nog belangrijker om voorzichtig te zijn met het gebruik van brede zoekwoorden in Google Ads.

Mijn advies is dan ook om je brede en phrase-match-zoekwoorden nog eens kritisch te bekijken. Presteren deze wel goed? Probeer daarnaast ook meer exact match-zoekwoorden te gebruiken waar mogelijk. Voor deze update was dit natuurlijk al verstandig. Nu is een goed moment om hier extra strak op te letten en zo verspild budget te voorkomen.

Responsive Search Ads

Halverwege 2018 introduceerde Google de Responsive Search Ads (RSA’s) als nieuw advertentieformat naast de standaard Expanded Text Ads (ETA’s).

Bij deze advertenties maak je tot wel 15 verschillende headlines en 4 verschillende beschrijvingen. Vervolgens test Google verschillende combinaties om zo tot de effectiefste advertentie te komen.

In theorie klinkt dit fantastisch, maar in de praktijk vallen de resultaten enigszins tegen. Uit onderzoek van Adalysis in 2019 bleek dat in de meeste gevallen RSA’s een hogere CTR halen, maar een lagere conversie realiseren ten opzichte van de standaard ETA’s.

Uit de data van onze eigen klanten kwamen we tot dezelfde conclusie, al was het verschil in CTR verwaarloosbaar.

In totaal lag de gemiddelde CTR van RSA’s op 10,59%, en die van ETA’s op 10,27%. Qua kosten per conversie zagen we wel een significant verschil. Bij RSA’s was dit gemiddeld €39,53 tegen €23,05 bij ETA’s.

We zagen wel dat de RSA’s in sommige accounts juist beter converteerden. Wees dus kritisch op dit type advertentie maar blijf er wel mee testen. De RSA’s zijn namelijk wel here to stay. Google heeft onlangs zelfs een test gedaan waarbij RSA’s de standaardoptie zijn.  Zorg er verder voor dat de advertentiekwaliteit zo hoog mogelijk is.

Advertentiekwaliteit Responsive Search Ads

Andere belangrijke ontwikkelingen

Verder zijn er de afgelopen jaren een aantal belangrijke ontwikkelingen geweest die ons vertellen welke kant we opgaan met Google Ads als platform. Ik deel graag enkele noemenswaardige met je.

Zoekwoorden worden steeds breder

De afgelopen jaren heeft Google meerdere malen de verschillende match-types van zoekwoorden verbreed. Zelfs exacte zoekwoorden zijn tegenwoordig niet meer exact met de komst van close variants. In onderstaande voorbeeld zie je bijvoorbeeld dat het exacte zoekwoord [muur impregneren] ervoor zorgt dat er ook advertenties worden vertoond voor zoekopdrachten als “hoe impregneer je een muur” of “zelf muur impregneren”.

Close variants in Google Ads

Dit betekent dat zelfs als je alleen exacte zoekwoorden zou gebruiken, je advertenties alsnog bij synoniemen, meervoudsvormen of andere varianten van je zoekwoord getoond kunnen worden. Blijf dus periodiek je zoektermen-rapport controleren op ongewenste zoektermen en sluit deze uit.

Meer doelgroepen om te targeten

Google Ads is groot geworden door keyword-targeting. De laatste tijd heeft Google echter ook stappen gemaakt op het gebied van doelgroepen.

De meest recente toevoeging (al is deze nog in bèta momenteel) zijn de B2B-doelgroepen. Hiermee kun je straks ook mensen targeten die werken binnen bepaalde bedrijfsgroottes of branches.

Nieuwe interface

Een van de grootste updates van de afgelopen jaren was natuurlijk de nieuwe interface van Google Ads. Deze interface maakt het makkelijker om een campagne op te zetten.

Een belangrijk verschil is dat Google nu vraagt welk doel je wil bereiken met de campagne. Vervolgens worden op basis van dat doel al je instellingen alvast geselecteerd. Voorheen werd je minder aan de hand meegenomen maar moest je meer bewust nadenken over iedere instelling. Een subtiel maar belangrijk verschil.

Nieuwe Google Ads interface

Wat gaat de toekomst brengen?

De ontwikkelingen hierboven laten goed zien waar het platform naartoe gaat: minder handmatige controle, meer automatisering. Bijna elke update die Google heeft gedaan valt binnen deze trend te plaatsen.

Ik verwacht dan ook dat deze trend zich voort gaat zetten in 2021 en daarna. Het is natuurlijk speculeren welke updates Google Ads nog meer gaat doorvoeren, maar er zijn er wel een paar die ik waarschijnlijk acht. Dus laten we even de glazen bol erbij pakken en wat voorspellingen doen voor de toekomst.

Responsive Search Ads worden de standaard

Google heeft hier al mee getest en daarom is dit een redelijk veilige voorspelling. Ik verwacht dat Google volgend jaar Responsive Search Ads de standaard zal maken. Expanded Text Ads zullen voorlopig nog beschikbaar blijven, maar uiteindelijk zullen die worden uitgefaseerd.

Alle reden dus om daar nog serieuzer mee aan de slag te gaan in de komende maanden.

Targeting wordt eenvoudiger (en complexer)

Google wordt steeds beter in het samenstellen van doelgroepen. Met in-market-doelgroepen is het bijvoorbeeld al een tijd mogelijk om mensen te targeten die op dat moment in de markt zijn voor bepaalde producten of diensten.

Deze doelgroepen zullen steeds beter worden en de opties zullen alleen maar toenemen. Uiteindelijk verwacht ik dat zoekwoorden niet meer nodig zullen zijn voor een succesvolle campagne.

In de (verre) toekomst zal Google op basis van jouw doelstelling automatisch de juiste doelgroepen en zoekwoorden targeten zonder dat je die zelf hoeft te kiezen. Vervolgens zal het algoritme hier automatisch op gaan optimaliseren.

Handmatig bieden zal uiteindelijk verdwijnen

Handmatig bieden is voor kleine of beginnende adverteerders vaak de beste optie, dus ik hoop van harte dat dit nog heel lang gaat duren. Maar ik verwacht dat uiteindelijk handmatige CPC als biedstrategie zal verdwijnen. Dit verwacht ik niet in 2021 al, maar in de verdere toekomst.

Google zal ons dan waarschijnlijk vertellen dat handmatig bieden een achterhaalde manier van adverteren is en dat automatische biedstrategieën de toekomst zijn.

Google Ads als black box

Alle ontwikkelingen wijzen er op dat Google Ads steeds meer een ‘black box’ zal worden. In de (verre) toekomst zul je alleen nog maar de doelstelling en je beschikbare budget doorgeven aan Google. Daarna neemt de machine het over en stelt deze zelf alles in om jou het resultaat te bezorgen.

In dat toekomstbeeld zul je als adverteerder niet langer het verschil meer maken met het doorvoeren van handmatige optimalisaties. Deze zal Google grotendeels van je hebben overgenomen.

Het verschil zal veel meer gemaakt worden in de input die je geeft aan de Google-machine. Denk daarbij aan:

  • Welke conversie-data geef je Google om op te optimaliseren?
  • Hoeveel input geef je in de advertentieteksten?
  • Welke doelstelling geef je Google die het beste bijdraagt aan het bedrijfsresultaat?

Hoe hoger de kwaliteit van jouw input, hoe beter de machine voor je zal werken. Adverteerders die op tijd beginnen met het ‘voeden’ van Google Ads met de juiste informatie zullen uiteindelijk de beste resultaten gaan behalen. Dus wacht hier niet te lang mee en begin met het voeden van het algoritme!


Source: Frankwatching
Google Ads: belangrijke wijzigingen & wat dat betekent voor de toekomst

Waarom je moet blijven experimenteren met je marketingstrategie

Technologieën, de bedrijfswereld en de samenleving veranderen continu. En ook klanten, concurrenten, trends en onvoorziene gebeurtenissen zijn onvoorspelbare factoren die invloed uitoefenen op onze marketingstrategie. Bijna dagelijks presenteren zich nieuwe uitdagingen die ons dwingen om onszelf te blijven ontwikkelen. Dat vergt soms veel flexibiliteit en leergierigheid. Om toch slimme keuzes te kunnen maken, en jezelf niet in al die veranderingen te verliezen, is het belangrijk om te experimenteren. Te blijven onderzoeken wat je doelgroep nu écht wil, en niet zomaar af te gaan op je gut feeling.

Daarom wil ik het in dit artikel graag hebben over het belang – en de kansen! – van experimenteren met je marketingstrategie. Ook wil ik je laten zien dat je hier op een laagdrempelige manier mee kunt starten.

Experimenteren en marketing: onlosmakelijk verbonden

Je bedrijfskoers of marketingstrategie kun je bepalen op basis van je onderbuikgevoel, geruchten of interpretaties. Het doen van experimenten geeft je echter informatie die gebaseerd is op feiten. Waardevolle informatie die je vertelt of je keuzes het gewenste resultaat op zullen leveren.

95% van de beslissingen wordt onbewust gemaakt. Dat vereist een onderzoeksmethode die in staat is om te bepalen hoe gebruikers keuzes maken. Experimenteren dus. Eén van de belangrijkste voordelen van experimenteren is dat je met de tijd meegaat. Je blijft leren.

Neem SEO als voorbeeld: technieken die vijf of tien jaar geleden werkten, zullen nu wellicht niet meer volstaan. Ook het gedrag en de wensen van je doelgroep kunnen veranderen.

“Er is maar één ding slechter dan niet testen – en dat is verkeerd testen.”

Door te experimenteren kom je erachter wat je huidige klanten en leads daadwerkelijk willen. In plaats van trends te volgen waarvan je het vermoeden hebt dat ze werken, kun je je tijd en budget dus beter investeren in het vergaren van informatie op basis van concrete en betrouwbare data.

Je stuurt dan namelijk op gedrag, wat veel betrouwbaarder is dan aannames of uitgesproken intenties. Voorwaarde is uiteraard wel dat je gedegen experimenten uitvoert en weet hoe je de resultaten moet interpreteren. Want er is maar één ding slechter dan niet testen – en dat is verkeerd testen.

Significantie en marketing

Wie statistieklessen heeft gevolgd, zal zich de term ‘significantie’ wel herinneren. Simpel uitgelegd is er sprake van significantie wanneer het verschil tussen twee gevonden waardes dermate groot is dat het niet kan berusten op toeval. Een significant resultaat vertelt je dus dat het gevonden verschil kan worden toegeschreven aan een specifieke oorzaak. En dat het verschil zich weer zal voordoen als je het experiment herhaalt. Om dit te bewijzen moet de steekproefomvang groot genoeg zijn.

Vaak neem je genoegen met 95-99% zekerheid. In dat geval kun je er bijna zeker van zijn dat het gaat slagen. Alleen heb je dan nog een klein risico dat dit ook zo is. In sommige gevallen neem je soms wellicht ook genoegen met 90% kans. En in extreme gevallen soms 80%. Dat is overigens erg opportunistisch, en dan moet je je wel bewust zijn dat je een gok neemt.

Maar wellicht heb je er goede redenen voor. Misschien zijn de verschillen tussen de uitkomsten dusdanig klein of spelen er nog andere belangen mee. Bijvoorbeeld dat het experiment niet alleen moet leiden tot meer sales, maar dat het nog andere positieve neveneffecten teweegbrengt. Bijvoorbeeld brand building of gebruiksvriendelijkheid.

 

Experimenteren marketing

Waarom is significantie zo belangrijk?

Je vraagt je misschien af wat het belang is van significantie in marketing. Je bepaalt bij een marketingexperiment toch gewoon een getal of een percentage wat je wil verbeteren, waar je op gaat testen?

Niet helemaal. Ik zal met een voorbeeld illustreren waarom dit een gevaarlijke denkwijze is. Stel, je wil testen of het gebruik van emoji’s in de onderwerpregel van je nieuwsbrief resulteert in een hogere open-ratio. In een onderzoek heb je gelezen dat dat een verschil van maar liefst 15% op kan leveren. Dat wil je testen. Na het uitvoeren van je experiment blijkt het verschil echter maar 3,3% te zijn geweest. Een teleurstellende uitslag. Je snapt niet hoe dat andere bedrijf aan die 15% kwam en besluit andere ideeën uit te proberen.

Als je daar stopt, ga je de mist in. Als je even door had gerekend, was je er misschien achter gekomen dat dat kleine verschil van 3,3% wél een significant resultaat is. Dan was je erachter gekomen dat dat jouw doelgroep dus wel degelijk sneller een nieuwsbrief met een emoji in de onderwerpregel opent. Alleen zul je je onderwerpregels nog verder moeten verbeteren om het gewenste resultaat te behalen.

Eén grote winnaar

De conclusie van je experiment verandert hiermee dus ineens van ‘slechts een verwaarloosbaar verschil’ naar ‘het verschil is niet berust op kans, dus we zitten op de goede weg’. Oftewel: in plaats van iets nieuws verzinnen, kun je door middel van nieuwe experimenten voortborduren op de informatie die je zojuist hebt vergaard.

Verder heel belangrijk om te weten: de meeste experimenten floppen! Dat is natuurlijk helemaal niet erg, want uiteindelijk leer je van ieder experiment en ga je met de winnende experimenten door. Jeff Bezos, de baas van Amazon, zegt daarover: ”One big winner pays more than enough for all the losing experiments.” Dat is heel belangrijk om te begrijpen. En vooral te verduidelijken in de board room. Experimenteren wordt te vaak ten onrechte bestempeld als niet-succesvol en afgebroken.

Ter referentie:

In de praktijk: experimenteren met A/B-testen

Een prettige en beproefde methode om te experimenteren is het uitvoeren van A/B-testen. Bij A/B-testing laat je twee verschillende versies van bijvoorbeeld je website of je nieuwsbrief aan verschillende proefpersonen zien. Je verandert telkens één element waarvan je verwacht dat het een verschil in gedrag op gaat leveren.

Het voordeel van dit type test is dat proefpersonen niet weten dat ze deelnemen aan een test. Dat betekent dus objectieve data! Daarnaast is het dé manier om stapsgewijs te werken aan conversieverhoging, omdat je steeds kleine veranderingen aanbrengt en steeds voortborduurt op voorgaande resultaten.

A/B test calculator

Een onmisbare parel bij het testen die ik graag met je deel is de AB+ Test Calculator van CXL. Deze calculator kun je op twee manieren gebruiken bij het doen van A/B-testen:

1. Pre-test analyse

In deze modus kun je de tool gebruiken om de parameters voor je test te bepalen:

  • Wat is het minimaal detecteerbare effect waarop ik kan testen?
    • Dit is heel handig om op voorhand voor je tests te toetsen. Als hier bijvoorbeeld 20% uitkomt, dan weet je op voorhand al dat jouw wijziging een conversieverbetering van minimaal 20% nodig heeft om tot een significant verschil te komen. Dat klinkt vrij ambitieus, dus in zo’n geval kun je de afweging maken om grotere wijzigingen te testen of verschillende tests samen te voegen.
  • Hoe lang moet ik testen om het effect betrouwbaar te kunnen meten?
  • Wat is de benodigde steekproefomvang (sessies/gebruikers) voor een test op deze pagina(’s)?
  • Hoeveel invloed heeft het betrouwbaarheidsniveau (bijv. 95% vs. 90%) op mijn testduur?

2. Test analyse

In deze modus voer je de resultaten van je test in om deze te kunnen analyseren:

  • Verslaat de testvariant het origineel?
  • Heeft de test de benodigde steekproefomvang?
  • Heeft de test de benodigde duur?
  • Wat is de ROI van de testvariant?

Als kers op de taart geeft de calculator een officieel oordeel: is er een significant verschil tussen variant A (je controlegroep) en variant B (je testgroep)? Hét stukje concrete informatie waarmee je weer verder kunt. Ofwel met experimenteren, ofwel met het optimaliseren van je website, e-mail- of advertentiecampagne.

Experimenteren is onmisbaar

Stop met handelen op basis van onderbuikgevoel. Marketing is echt een vak van continu testen, evalueren, reflecteren en optimaliseren. Het is een doorlopend proces. Een uitdaging – maar oh, zo mooi om je conversies te zien stijgen. Veel succes!


Source: Frankwatching
Waarom je moet blijven experimenteren met je marketingstrategie

De toekomst van merken: humor en empathie

Hoeveel bedrijven vragen zich af of ze iets moeten met maatschappelijke onderwerpen? Meng je je daar als merk juist wel of juist niet in? Weet jij waar je merk voor staat? Als je die vraag kunt beantwoorden is het ook makkelijker om gepast te reageren op wat er gaande is in de maatschappij. Als jij weet waar je voor staat, dan is iedere reactie automatisch authentiek en daarmee goed.

Hoe kun je als merk bijdragen aan de maatschappij? Dit was een van de vragen die centraal stond tijdens The Next Web Conference 2020. In dit artikel deel ik de belangrijkste learnings over dit thema die ik heb opgedaan.

Merkleiderschap in de wereld van nu

Baba Touré, co-founder en managing director van Hammerfest, gaat zelfs een stapje verder door te stellen dat merken niet alleen kunnen bijdragen, maar zelfs een bepaalde verantwoordelijkheid hebben, omdat ze de wereld beïnvloeden en vormgeven. Hij adviseert bedrijven om mee te doen aan het debat. Oók als je zelf je diversiteit nog niet op orde hebt kun je je uitspreken voor de BLM-beweging.

Andréa Mallard, CMO van Pinterest, is het daarmee eens en stelt dat de verantwoordelijkheden en kansen voor merken hoger zijn dan ooit tevoren. Millennials en generatie Z geloven merken, niet de overheid of publieke instanties. Ze haalt de documentaire ‘Public Trust’ van Patagonia aan, waarin het outdoormerk zich inzet voor het behoud van een publiek stuk land in Alaska. Mensen zijn op zoek naar dit soort leiderschap en volgens haar kunnen merken die rol vervullen. Het hebben van een visie helpt merken om hierin een weg te vinden.

Zoals Neil Barrie, co-founder van TwentyFirst Century Brand, het zo mooi zei:

This is a time for brands to be generous.

Alex Antolino: persoonlijk is het nieuwe professioneel

En genereus zijn de merken tegenwoordig. De documentaire die Andréa aanhaalde, is ook de rode draad in het verhaal van Alex Antolino, Creative Director bij Typeform. In de documentaire schaart Patagonia zich achter de oorspronkelijke bevolking van Alaska in hun gevecht om een bepaald stuk land te behouden en te voorkomen dat er een olieraffinaderij wordt opgezet. Helaas verliest het volk, maar Alex en waarschijnlijk duizenden anderen met hem, was geraakt en zegt dat hij alleen al om deze reden een jas van het merk wil kopen. Terwijl outdoorkleding totaal niet zijn stijl is.

Wat kunnen andere merken leren van Patagonia? Hoe kun je een onweerstaanbaar merk worden? Alex stelt vast dat het niet langer draait om coolheid, maar om commitment. Merken die iets goeds doen, die zich inzetten voor het publiek en laten zien dat ze om mensen geven. Dat is de toekomst.

Having a brand that is caring is more powerful than being cool.

Competentie, coherentie en empathie

Het doel van branding is nog steeds het bouwen van een vertrouwensband tussen je merk en je doelgroep. Dit doe je op drie gebieden.

  • Competentie: hoe goed ben je in het oplossen van problemen?
  • Coherentie: ben je wie je zegt dat je bent?
  • Empathie: lukt het je om naadloos aan te sluiten bij je doelgroep?

Je competenties zijn terug te zien in je product en je content. Alex tipt om je content zoveel mogelijk user-driven te maken. Geef je community en gebruikers een podium. Ga het gesprek aan en deel dit. Laat interesse zien en probeer de onderliggende behoefte en wensen van je doelgroep te begrijpen en vertaal dat naar je output.

De tools voor coherentie zijn eindeloos, maar te groeperen in zaken als je visuele identiteit en bedrijfsstrategie. Om je merk persoonlijkheid te geven is het van belang dat jij en iedereen die aan het merk werkt zichzelf kan zijn. Omarm jullie authenticiteit! Alleen dan kun je een merk bouwen dat mensen raakt.

Empathie, daar is ie weer. Ook van merken wordt verwacht dat ze empathisch zijn. Er zijn drie fases te onderscheiden volgens Alex:

  1. Nieuwsgierigheid: stel je doelgroep vragen
  2. Connectie: ga in gesprek
  3. Support: geef je doelgroep een podium.

Meer dan ooit tevoren zijn mensen op zoek naar leiders, in welke vorm dan ook, die om hen geven. Gebruik je empathisch vermogen, wees authentiek en bouw op die waarden een onweerstaanbaar merk dat klaar is voor 2021.

Tom Fishburne: humor is de krachtigste tool om de toekomst tegemoet te gaan

In mijn vorige artikelen (over het individu en managers van remote teams) van dit eventverslag kwam -ie ook al voorbij: lol. Juist in onzekere tijden is het van belang om te blijven lachen met elkaar. Ook Tom Fishburne, nu eigenaar van Marketoonist, voorheen CMO en brand marketeer, stelt dat humor en de ruimte om jezelf te kunnen zijn essentieel zijn om in verbinding te staan met je organisatie. Dit geeft merken de persoonlijkheid om verbinding te maken met het publiek.

Tom gebruikt cartoons om te laten inzien hoe we nieuwe technologie gebruiken, innovatie-blokkades overkomen en verandering realiseren. Ik deel er graag een aantal met jullie.

Accepteer cookies

We bevinden ons in een gekke, onbeholpen fase van technische transformatie, the awkward adolescence noemt Tom het. Er zit frictie tussen de manier waarop technologie zich ontwikkelt (exponentieel) en organisaties veranderen (logaritmisch). COVID-19 heeft organisaties gedwongen om de koe bij de horens te vatten en de digitale transformatie aan te gaan. Maar hoe kun je als organisatie de veranderingen bijbenen? Tom geeft ons vijf handvatten om deze gekke, onbeholpen tijd van digitale transformatie door te komen.

1. Van glimmende objecten naar waardevolle momenten

Allereerst, laat je niet meeslepen door alle nieuwe technologie die voorbij komt: AI, podcasts, nano-influencers, social commerce, blockchain, voice search, livevideo… Is het allemaal nodig? Voegt het iets toe aan je strategie? Volg je je strategie überhaupt nog of laat je je afleiden door wéér een nieuwe technologie te gebruiken zonder erover na te denken hoe deze bijdraagt aan je organisatie? Een mooi voorbeeld: QR-codes op de zijkant van een bus. Dit schiet z’n doel natuurlijk voorbij.

Het enige dat consumenten willen is een oplossing voor hun probleem op het moment dat ze het probleem ervaren. Verschuif je aandacht daar naartoe. Start met de behoefte van je doelgroep: wat willen zij op dat exacte moment? En bedenk vervolgens welke advertentie, content en welk kanaal daarbij past. Op deze manier ben jij in charge en kun je technologie gebruiken in plaats van dat jij gebruikt wordt.

2. Voorkom funnelvisie

De buyer journey, de customer journey, de salesfunnel, customer centricity… Allemaal leuk en aardig, maar je kunt er ook door verblind raken. Met funnelvisie zie je het grotere plaatje niet meer. Even eerlijk, deze ondertiteling van de marketingfunnel zit niet ver van de waarheid af:

Accepteer cookies

We zien niet meer de complete ervaring die mensen hebben, onze klanten volgen onze funnels niet lineair. Vergeet niet dat klanten niet zo vaak aan jouw merk en producten denken als jij denkt (of hoopt) dat ze doen.

3. Wees data-driven, niet data-blinded

We zijn datagedreven marketeers, en dat is echt niet slecht, maar laat je ook niet door cijfers verblinden. Als we niet oppassen, maken we keuzes op basis van data alleen, op zowel bedrijfsstrategisch niveau als in uitvoerende functies. Tom stelt dat data ons ook op het verkeerde been kan zetten en dat we ons daarvan bewust zouden moeten zijn. Data is interessant en kan je zeker helpen, maar het kan je ook compleet de verkeerde kant op sturen.

Accepteer cookies

4. Marketing is voor het hele bedrijf

Hoe nauw werkt jouw marketingafdeling samen met andere afdelingen? Werken sales en marketing én customer support al samen in hetzelfde systeem? De kans is groot dat jullie lekker op je eigen eiland zitten, zo ziet het er bij de meeste organisaties namelijk uit. Sinds we met z’n allen thuiswerken is waarschijnlijk ook de marketingafdeling zelf opgesplitst en geëindigd als eilandengroep. Je wéét dat werken in silo’s niet voordelig uitpakt, maar hé, het is moeilijk om de waan van de dag de baas te zijn en actie te ondernemen.

Uiteindelijk draait het om de klant en zet iedere afdeling zich op zijn manier in voor de klant. Maak eens een uitstapje. Laat bijvoorbeeld iedere week iemand van het marketingteam aansluiten bij customer support. Alleen als je in gesprek bent met de eindgebruiker, kun je de doelgroep écht leren kennen en als marketingafdeling campagnes en content maken die naadloos bij hun uitdagingen aansluit.

5. Gebruik je gevoel voor humor

COVID-19 dwingt je om na te denken over digitale transformatie. Dat is een serieuze zaak natuurlijk, maar Tom stelt dat je humor zou moeten gebruiken om deze digitale transformatie aan te gaan. Hij noemt precies wat we al eerder genoemd hebben:

The real magic happens when colleagues feel comfortable enough to laugh with each other.

Er zijn natuurlijk verschillende soorten humor:

  • Zelfvernietigende humor waarbij je jezelf naar beneden haalt
  • Zelfverbeterende humor waarbij je om jezelf lacht
  • Agressieve humor waarbij je anderen naar beneden haalt
  • Affiliative humor (is hier een vertaling voor?) waarbij je met anderen lacht.

Het is deze laatste vorm van humor die belangrijk is: het draait om anderen en er is een hoge mate van (hé, daar is ie weer) empathie bij nodig.

Ga met je team of organisatie op zoek naar jullie gevoel voor humor en heb lol met elkaar! Op deze manier kun je de onzekere toekomst helemaal aan.

Altijd blijven lachen

In het kort: wees eerlijk naar jezelf, open naar je team en vergeet niet te lachen. Dit is hoe je je – volgens de sprekers op TNW2020 – in het nieuwe normaal niet alleen staande houdt, maar ook succesvol blijft.

Fear kills creativity and humor is our most powerful tool to drive fear out of the system. – Hiroki Asai.


Source: Frankwatching
De toekomst van merken: humor en empathie

De ultieme werkervaring begint met provoceren

Als de coronacrisis ons iets heeft geleerd, is het wel ons vermogen om een compleet nieuwe werkwijze te omarmen. Mensen die nooit hadden thuisgewerkt, willen nu niet meer anders. Deze pandemie heeft ons, gek genoeg, de regie gegeven om ons werk anders in te richten. En je tijd. Even lekker de hond uitlaten kan op jouw moment. Dit brengt meer verantwoordelijkheid mee en we zien ook direct de impact die het ‘nieuwe’ werken met zich meebrengt. Zonder dat we het in de gaten hadden, zijn we in de toekomst beland.

Ik weet niet hoe het jullie is vergaan, maar ik liep in het begin wel tegen oude gewoontes aan die thuis totaal niet inpasbaar waren (op kantoor waarschijnlijk ook niet 😉). Op kantoor printte ik best vaak notulen, memo’s of andere verslagen. De inkt van mijn printer thuis was al leeg voordat ik bij pagina tien kwam. Na de nodige weerstand en vele cartridges verder besloot ik dat het tijd was om die gewoonte te doorbreken. Stop met printen (tenzij echt niet anders kan) en lees het digitaal.

Hierna sneuvelden meerdere gewoontes en stopte ik ook met het krampachtig vasthouden aan ervaringen uit het verleden. Ik ben duidelijk op weg naar een betere werkervaring.

In het boek ‘Innoshock’ van Dirk Boe (affiliate) wordt via een transformatierad uitgelegd hoe je bij dé ultieme werkervaring komt. De schrijver wil met dit rad blootleggen waar het schuurt in een onderneming en waar gewoontes zijn vastgeroest. Als we aan alle segmenten draaien, kom je uiteindelijk bij de ultieme werkervaring uit.

We zijn door de crisis al flink uit onze comfortzone gekomen. Als we ook onze ervaringen uit het verleden kunnen loslaten dan is die ultieme werkervaring binnen handbereik.

Werkinhoud

We zeggen vaak: ‘je moet out-of-the-box denken’ terwijl ‘de box’ niet bestaat. Iedereen heeft zijn eigen box. Als je aan tien mensen vraagt wat democratie betekent, krijg je tien verschillende antwoorden. Iedereen heeft een andere opvoeding gehad, op andere scholen gezeten en we maken ook andere dingen mee. Dat maakt dat we door onze box de realiteit niet altijd waarnemen zoals het is, maar zoals wij het (willen) zien. Dan lijkt het bijna alsof onze manier van kijken de enige juiste is.

Af en toe je (roze) bril eens afzetten en met andermans glazen kijken, helpt je om los te komen van je eigen dominante waarneming en van je daardoor gevormde kijk op de wereld. Terugkijkend op de afgelopen acht maanden denk ik dat we allemaal wel een andere (wellicht tijdelijke) blik op de wereld hebben gekregen.

Een mooie techniek om los te komen van je eigen waarneming is provoceren en terugdenken.

Het is een techniek van Edward de Bono (geen familie van), creativiteitsexpert die de provocatietechniek bedacht om tot verrassende ideeën te komen (zijn woorden).

Stel, je wil van het vele vergaderen af (dit is al aardig gelukt tijdens de coronacrisis, maar denk vooruit). Stel dan eerst voor om alle vergaderingen af te schaffen. Natuurlijk is dat niet de oplossing, maar je daagt door het provoceren een ander uit om terug te denken tot een idee dat wel werkbaar is.

Een voorbeeld van provoceren

Een bedrijf stuurde op een vrijdagochtend alle medewerkers een mail met de boodschap dat ze de week nadien niet mochten vergaderen. Omdat ze er zo laat over communiceerden, hadden de medewerkers niet meer de tijd om hun vergaderingen opnieuw te plannen. De vergaderzalen gingen op slot en iedereen moest die week heel creatief uit de hoek komen om hun vergaderwerk op een andere manier te realiseren.

Tijdens het evalueren van het experiment bleek dat er selectiever werd gekeken naar de gastenlijst van een vergadering en sommige bijeenkomsten werden in zijn geheel afgeschaft. Het terugdenken resulteerde in het halveren van meetings in tijd of staand vergaderen. Zo kun je veel vaste patronen in je organisatie eens flink provoceren.

Dus kijk eens anders tegen je werkinhoud aan en provoceer, pas aan maar blijf veranderen. Om te veranderen hoef je niet te wachten op een seintje van je manager of CEO. Deze lessen zijn voor iedereen toepasbaar en het werkt ook nog eens aanstekelijk.

Werkvorm

Dit deel van het rad vraagt om het gebruik van het brein. De Boe vindt dat in klassieke organisaties de breinen van medewerkers vaak te weinig worden benut. Regels en controles zouden vervangen moeten worden door vertrouwen en loslaten.

Het motiveert altijd als je iets zelf mag doen, vraag dat maar een kind. Bovendien ontstaan creatieve ideeën niet altijd door keihard na te denken. Wist je dat die ideeën vaak onbewust ontstaan? Het onbewuste heeft een capaciteit die 200.000 keer groter is dan het bewuste. Het bewuste kan niet zoveel informatie vasthouden. Het onbewuste wel, en die bron boor je aan als je het rust geeft.

Hoe fijn is het als je in je werk de mogelijkheid hebt om je gedachten in je brein te laten rijpen? Door routinetaken af te wisselen met de wat moeilijkere taken creëer je al een moment voor je brein om die nieuwe ideeën te laten rijpen. Op voorwaarde dat je eerst er bewust over nadenkt. Gebruik je brein op een slimme manier. Dat betekent ook dat je niet overal snel op moet reageren.

Zeker in deze tijd is het verleidelijk om altijd snel op een mail te reageren. Niet doen! Een idee heeft tijd nodig om te rijpen en een antwoord op een mail soms ook. Een nachtje erover slapen haalt de scherpe kantjes van je commentaar af.

Evaluatie van het werk

Om te weten hoe je medewerkers presenteren en je klanten reageren moet je vooral observeren. De Boe wil dat we stoppen met het vergelijken van medewerkers, omdat het niet alleen frustratie oplevert maar ook afgunst. Kijk naar output en niet naar input.

Ook dat heeft het verplichte thuiswerk goed blootgelegd: de output. Niet alleen managers moeten observeren, ook werknemers worden uitgedaagd om te gaan mysteryshoppen bij bijvoorbeeld de concurrent of gewoon bij je eigen bedrijf. Vraag een klant eens of je hem mag interviewen en vraag dan niet naar de bekende weg. Ga de straat op, op zoek naar inspiratie. Je weet maar nooit waarmee je thuiskomt.

De werktijd

Natuurlijk is het niet bij elk bedrijf mogelijk om je eigen tijd in te delen, maar er zijn ook andere manieren om de werktijd voor mensen anders in te richten. Bijvoorbeeld door minder te vergaderen en minder mails rond te sturen. Hinderlijke onderbrekingen en/of inefficiënte tijdsbestedingen leiden tot tijdverlies. Die tijd kun je ook anders besteden.

Het werkmateriaal

Ons brein is als een spier die regelmatig oefening nodig heeft. Om je armspieren te trainen kun je gewichten gebruiken. Zo zijn er ook tools voor je brein. Het boek Innoshock geeft je legio tips om het brein te triggeren en in te zetten voor je organisatie. Maak eens een moodboard om ideeën meer vorm te geven of doe een taalspel om bij een betere tekst te komen. Het zijn geen open deuren maar andere manieren om tot een idee of werkwijze te komen.

Het werknetwerk

In het creatieve proces zijn er drie fases.

    1. Je begint met een probleem of uitdaging waar je oplossingen of ideeën voor zoekt.
    2. Dan ga je verbreden of divergeren: je bedenkt veel ideeën.
    3. Daarna ga je deze vernauwen tot je uiteindelijk uitkomt bij de ideeën die je realiseert.

Doe dit samen met je werknemers en besteed wat geld aan een goeie, onafhankelijke facilitator.

De werkomgeving

Hoe kun je innovatie permanent op je werkagenda zetten? Maak creativiteit belangrijk! Steun ideeën en maak er tijd voor. Daag werknemers uit, dat vergroot de betrokkenheid. Geef ze vertrouwen maar ook ruimte voor debat. Last but not least, laat ze risico’s nemen. En dat alles kan natuurlijk ook gewoon thuis. Of als iemand daar niet mee uit de voeten kan op een andere ‘werk’-plek.

De werkorganisatie

Zelfsturende teams of een adhoc-team. Durf je organisatie anders in te richten.

Het boek staat vol met tips voor anders en creatief denken en oude gewoontes en patronen dumpen. Denk aan het afschaffen van prikklokken (ja, die zijn er nog steeds), het afschaffen van beoordelingsgesprekken (halleluja), meer focus door kortere werktijden en de lijst wordt langer, of beter gezegd het rad. En, dat rad moet blijven draaien, schrijft de Boe.

Verandering gebeurt door mensen en laten die nou net niet graag veranderd worden. Ze veranderen wel als ze voordeel hebben bij de transformatie. – sluit de Boe af.

Na het lezen van het boek, of eigenlijk al tijdens het lezen, sta je te popelen om met zijn inzichten aan de slag te gaan. Het is geen rocket science maar wel toekomstproof. En die toekomst is al begonnen. Ik ben klaar voor die ultieme werkervaring.


Source: Frankwatching
De ultieme werkervaring begint met provoceren

Geef je een Zoom-training? Elke 7 minuten interactie [+ 16 andere tips]

Geef je een training op afstand? Dan is het slim iedere 7 minuten een interactiemoment in te lassen. En eigenlijk moet bij zo’n remote training alles anders: de interactie, de opdrachten, de timing, de slides, de opbouw, de opening, de energizers… Tips hiervoor deel ik in dit artikel.

Wat ik in februari dit jaar al realiseerde: je kunt niet je fysieke training één-op-één vertalen naar een remote training door simpelweg dezelfde opzet voor je scherm af te draaien. Ik knipte mijn eigen dagtraining meteen in 2 dagdelen. En ik trok de 3 belangrijkste trainingsonderdelen uit mijn programma los van elkaar:

  1. De kennisoverdracht. Die verpakte ik zoveel mogelijk in kennisvideo’s die ik vooraf aan de training en tussen de 2 dagdelen in met de deelnemers deelde om thuis te kijken.
  2. De opdrachten. Grote opdrachten gaf ik als thuis- of lunchopdracht mee en van kleine opdrachten maakte ik vele variaties tijdens de training.
  3. De interactie. Ik werkte met ‘hot seats’ en ‘break out rooms’, maar vond het lastig.

Na maandenlang trainen in digitale omgevingen dacht ik inmiddels de kneepjes van het remote trainen aardig onder de knie te hebben. Tot mijn train de trainer-dag bij Frankwatching: wat valt er nog veel te verbeteren!

De uitspraken van trainer Laura van den Ouden, van Expert Trainers, kregen alle Frankwatching-trainers op het puntje van hun stoel. Alles moet anders: de interactie, de opdrachten, de timing, de slides, de opbouw, de opening, de energizers… Naar aanleiding van deze training raakte ik geïnspireerd om de handigste tips te delen in dit artikel.

Mijn advies: begin opnieuw. Start weer met het leerdoel en bouw de remote training op binnen de digitale leeromgeving.

Tactieken en tips voor je remote training

Daarbij gebruik je natuurlijk wat je hebt, maar geloof me: het eindresultaat ziet er compleet anders uit. En ik help je. Alles wat ik van de afgelopen maanden én van Laura heb geleerd, mag ik met je delen. Ik kan het niet anders verpakken dan een heerlijk lange lijst propvol inzichten, tactieken en tips waar je naar hartenlust uit kunt plukken wat je nodig hebt.

Het ideale programma voor je remote training

Mijn ideale programma voor mijn remote trainingen ziet er zo uit:

Eén week voor de training
Kennis/introductievideo via mail met alvast een eerste eenvoudige opdracht.

9.30 – 11.30
Remote training met 1 energizer, 2 korte pauzes, 2 opdrachten en elke 7 minuten interactie.

11.30 – 13.00
Lange pauze met geheime opdracht in de mail.

13.00 – 15.00
Remote training met 1 energizer, 2 korte pauzes, 2 opdrachten en elke 7 minuten interactie.

Tot 2 weken na de training
Persoonlijke video-feedback op thuiswerkopdracht.

Ik deel dit ter inspiratie, want geen training is hetzelfde. De 6 uitgangspunten om jouw remote trainingsprogramma in te richten:

  1. Neem niet je fysieke programma als leidraad, maar de leerdoelen.
  2. Weet welke prikkels blijven hangen en leg de focus op discussie, doen en toepassen.
  3. Denk niet alleen online, maar integreer ook offline activiteiten.
  4. Maximaal 2 uur schermtijd en dan een lange pauze.
  5. Elke 7 minuten interactie. Yep. Echt waar.
  6. Keep it simple. Deelnemers vinden de tool vaak al ingewikkeld genoeg. Voorkom extra downloads of tools.

Test met de tool die je gebruikt

Voor iedereen die nu denkt ‘je bent knettergek geworden’, stay tuned. Mijn omschakeling van fysiek naar remote pakte ik grondig aan. En kostte tijd. Ik train in Zoom en heb twee halve dagen uitgetrokken om alle instellingen van de tool te leren kennen en 2 weken om te testen, testen, testen.

  • Loop eerst alle instellingen van de tool door. Kwestie van settings openen en overal doorheen klikken.
  • Test alle functionaliteiten van de tool. Join je eigen meeting als deelnemer via je mobiel en je tablet om te zien hoe dat er functioneel uit ziet. Nodig een paar collega’s of collega-trainers uit in de meeting om functies te testen.

Klaar om je training te optimaliseren tot een kick ass remote training? Buckle up, here we go!

Start je online training met een fijne binnenkomer

Al bij virtuele binnenkomst wil je alle deelnemers activeren. Iedereen wil weten wie ze boven, onder en naast zich hebben. Kortom: voor je met je training start, is iedereen een keer aan het woord geweest en kent iedereen de belangrijkste knoppen. Bij binnenkomst verander ik alle namen naar voornaam en bedrijf waar ze werken. Fijn geheugensteuntje 😉

1.  Pop-up quiz

Maak een slide met alle bedrijfslogo’s en stel steeds de vraag: ‘Wil degene zich onthullen die werkt bij …’. hou het simpel: mik op korte antwoorden, anders vlieg je door je tijd heen en wordt het saai.

2. Landkaart

Wist je dat je deelnemers op je slide kunt laten schrijven en tekenen? Nodig iedereen uit om hun naam te schrijven op hun woonplaats op de landkaart. #Hoedan: ga naar view options > annotate.

Ik maakte een ‘kaart’ met alle socialmedia-logo’s en vroeg hun naam te zetten bij de kanalen die ze inzetten.
Online trainen - annotate slide

3. Geeltje plakken

Maak een slide met een geeltje per deelnemer en vraag ze hun ‘most wanted topic’ voor vandaag erop te schrijven. Of hun grootste uitdaging of belangrijkste vraag. Mijn favoriet, want je krijgt vervolgens superveel inzicht in de grootste uitdagingen én je creëert commitment.
Online trainen - Post it

Elke 7 minuten interactie

Laura was bloedserieus over elke 7 minuten interactie. Ik dacht ‘lukt nooit’. Het blijkt niet alleen haalbaar, het houdt het energielevel continu hoog. Een kookwekker of timer naast je scherm is overigens geen overbodige luxe. Er zijn legio interactieve momenten te bedenken, ik deel mijn favorieten:

4. Poll

Een perfecte en snelle manier om een hoofdstuk kennisdeling mee af te sluiten. Bespreek de resultaten en let op: de deelnemers zien de resultaten pas als jij ze deelt en de uitslag wordt niet opgeslagen.

5. Hot seat

Je kunt niet steeds iedereen elke 7 minuten aan het woord laten. Op elke interactieve slide laat ik de ‘hot seat’ verschijnen, één iemand krijgt het woord op deze hot seat. Laat diegene iets delen, antwoord geven op een vraag of een samenvatting geven.

6. Random rad

Met de online tool wheeldecide maak je een rad met bijvoorbeeld alle namen, thema’s of energizers. Geef het rad een slinger, zet het geluid aan en voila: interactie met een big smile gegarandeerd.

7. Pitch

Ook via Zoom kun je deelnemers leren iemand te overtuigen. Via een pitch. Vertel de overige deelnemers om de pitcher groot in beeld te zetten en tijdes de pitch ‘duimpjes’ te geven als ze iets goed vinden of geraakt worden. Noteer de ‘duim-momenten’ én de ‘duim-gevers’, daarmee geef je feedback aan de pitcher wanneer iets goed was en betrek je de deelnemers in die feedback.

Break out rooms

In het begin van de training werk je plenair, daarna ga je aan de slag met break out rooms. Hiermee verdeel je de groep in kleinere groepen om ze aan het werk te zetten. Laat ze een case bespreken, een rollenspel doen of een opdracht uitwerken. Maar niet zomaar, break out rooms wil je echt goed voorbereiden, anders wordt het chaos.

8. Heldere opdracht

Leg op een instructie-slide superhelder de opdracht uit. Laat iedereen een foto maken van die slide, want die verdwijnt zodra ze in hun room belanden.

9. Woordvoerder

Bepaal per break out groep een woordvoerder. Diegene geeft terugkoppeling wanneer je de break outs weer plenair bespreekt. Wees vooraf duidelijk hoe je terugkoppeling wil vanuit die woordvoerder.

10. Rollenspel?

Verdeel de rollen vooraf. Eén van de rollen is altijd een observator. Deze maakt zichzelf onzichtbaar door geluid en beeld uit te zetten.

11. Say hi

Ga altijd bij elke groep langs. Dat doe je zo: kom binnen met je camera en geluid uit, dan stoor je het minst. Zet vervolgens je camera aan en check of er een vraag is. Geen vraag: wegwezen. Attendeer vooraf op de ‘ask for help’-button, daarmee kunnen groepen je roepen.

Energizers in je remote training

Ik was heel allergisch voor energizers. Maar online heb je ze hard nodig, dus ook ik moest uit mijn comfortzone. Regel van Laura: elke 45 minuten een pauze of een energizer. Gelukkig zijn er legio energizers. Bij deze 3 voel ik me comfortabel:

12. Strike a pose

Het vergt wat oefening en geduld, maar het is hilarisch. Laat de deelnemers vanuit hun hokjes de handen tegen elkaar aan zetten. Iedereen ziet de volgorde anders, dus jij moet ze uitleggen wat ze moeten doen. Deel daarna direct de foto.

energizer - online training

13. Rekken en strekken

Als fervent sporter, houd ik van beweging tussendoor. Laat iedereen opstaan om te zwaaien en draaien. Bereid en paar simpele strekbewegingen voor. Geen idee? Vraag iedereen te laten zien wat ze aan hun voeten hebben 😉

14. BINGO!

Mail iedereen vooraf een bingokaart om uit te printen of over te tekenen. Daarin verwerk je woorden die in je training voorbijkomen. Voor mijn training Schrijven voor social media, maakte ik een bingokaart met Context, Stinkende best, Warm welkom, Serie, Waarde, Emoji, Hashtag, Subtiltes en Moetje. Ineens roept er iemand BINGO! Love it.

Opdrachten – leave de meeting room

In een digitale training loop je niet langs om te luisteren en kijk je niet mee over de schouder van de deelnemers. Net als bij de break out rooms wil je al je opdrachten heel helder uitleggen en het liefst in beeld brengen op een slide die ze kunnen fotograferen.

15. Offline gaan voor rust

Bij opdrachten langer dan 20 minuten laat je iedereen offline gaan. Yup, daarmee bedoel ik die rode button ‘leave meeting’. Dat geeft rust.

16. Tempo

Houd bij opdrachten het tempo aan van de meest langzame deelnemer.

17. Geheime opdracht

Tijdens de lange break halverwege je training geef je een ‘geheime lunchpauze-opdracht’ mee van ongeveer een half uur. Leg het net voor de lunch uit en zorg dat de ‘secret opdracht’ bij iedereen in de mail zit. Na de pauze pak je de draad weer op met die opdracht.

Een bak energie en grote glimlach

Voila: 17 concrete tips om je remote trainingen nog beter te maken. Of om je over de streep te trekken om ook remote te gaan trainen. Ik mis na maanden remote trainen vooral het echte oogcontact, maar met alle bovenstaande tips sluit ik nu elke virtuele training af met een bak energie en een grote glimlach.

Jij hebt vast extra tactieken en tips uit eigen ervaring. Wil je ze delen in de comments? Dan helpen we elkaar deze digitale transitie door.

Laatste tip: als je je ‘goofy’ voelt tijdens je eerste remote training(en): be goofy. Zeg het gewoon, dat maakt je naast een eerlijke trainer ook gewoon mens. Enjoy!


Source: Frankwatching
Geef je een Zoom-training? Elke 7 minuten interactie [+ 16 andere tips]

Jan Bommerez: “Waar ervaring vroeger je waarde vergrootte, is het nu een probleem”

“We zijn de hele tijd bezig met problemen bevechten dan mogelijkheden te ontwikkelen.” Expert in transformatieprocessen Jan Bommerez ziet in deze tijd nog veel angst, en zou liever zien dat we ons richten op kansen. Die liggen in creativiteit en niet zozeer in ervaring. “Sterker nog, met ervaring blijf je te veel in het oude denken zitten.”

Jan Bommerez is auteur, spreker en workshopleider op het gebied van transformatie, flow en loslaten. Hij is Vlaming van geboorte, nu al 21 jaar woonachtig in Californië (USA) en specialist in doorbraak- en transformatieprocessen.

“We bekijken nog te veel vanuit lineair denken – oorzaak en gevolg. We moeten naar systeem denken. Een systeem onder stress kan 2 kanten op: doorbraak of afbraak. Het is een illusie dat we dit kunnen sturen, ik denk dat de angst nog altijd groter is dan het inzicht dat het anders kan. De doorbraak zit ‘m in het systeem begrijpen, dan pas kun je veranderen. En in mensen die kansen zien.”

Creativiteit is de hoop van de wereld

What you resist, persists

“Ik ben optimistisch, want de mensen die niet bang zijn komen met de nieuwe ideeën. De hoop van de wereld zit in creativiteit. De doorbraak komt vaak van jonge mensen die niet vastzitten in paradigma’s. Waar ervaring vroeger je waarde vergrootte, is het nu vaak een probleem omdat je te veel in het oude denken zit. Breng daarom in organisaties ervaring en jonge mensen bij elkaar en zorg voor een gesprek. Dan heb je het beste van 2 werelden.”

Meer weten over de visie van Jan Bommerez op transformatieprocessen? Bekijk hieronder het gehele interview.

Accepteer cookies

Bekijk hier de interviews met de andere thought leaders.

Open Up Digitals is een serie video-interviews met thought leaders uit de wereld van digitale transformatie en de digitale werkplek. Keynote-spreker en trendwatcher Lieke Lamb spreekt met een indrukwekkende line-up top-experts uit Europa, de VS en Australië. Over hoe zij de wereld van nu ervaren, welke veranderingen zij zien en hoe de toekomst van ons werk en leven zal zijn.

Thema’s als de digitale transformatie, innovatie, HR, future of work, communicatie, samenwerking en verbinding staan centraal in deze serie. Hoe moeten bedrijven met veranderingen omgaan, wat kunnen medewerkers doen om aan te haken en welke les moeten we leren? Een positieve kijk in de wereld van morgen, door de ogen van de thought leaders. Open Up Digitals is een co-productie van Fellow Digitals en Frankwatching.


Source: Frankwatching
Jan Bommerez: “Waar ervaring vroeger je waarde vergrootte, is het nu een probleem”

Ingrijpende veranderingen in Google Analytics: wat is nieuw?

Het bekendste analyseprogramma ter wereld heeft een nieuwe, grote update gekregen: Google Analytics 4 (GA4). Met de introductie van het event-driven datamodel, het einde van de bounce rate, makkelijker cross-platform meten en meer. Ik deel de belangrijkste vernieuwingen in dit artikel.

GA4 is de nieuwste grote makeover van Google Analytics. Het was al sinds juli 2019 te testen als de ‘App + Web’-bèta, maar nu brengt Google het als de nieuwe standaard. Iedereen zal ermee moeten leren werken, want het is de bedoeling dat GA4 over een tijdje de huidige Universal Analytics (UA) vervangt.

Users + sessions vs. het event-driven datamodel

De grootste wijziging zit in de kern, namelijk hoe Analytics de website meet. GA4 werkt in tegenstelling tot UA met het event-driven datamodel, en dat heeft veel gevolgen voor de wijze waarop je website gemeten wordt.

Waarom veranderen?

Voorheen mat Google alles via sessions, gekoppeld aan user data. User data zijn gegevens over de gebruiker die analytics verzamelt uit cookies of uit je browserinstellingen, zoals leeftijd, geslacht of locatie. Sessions zijn de verzamelde gebeurtenissen in een bezoek, zoals pageviews, downloads of aankopen. Google verzamelt al deze gegevens en verwerkt het in nette grafieken en tabellen.

Voorbeeld sessions Google Analytics.

Voor veel websites werkt deze manier van meten nog steeds prima. Met de opkomst van mobiele apps en single page sites is het bijhouden van sessions en pageviews echter niet meer altijd de beste manier om een bezoekerservaring te meten.

Belangrijke metingen zoals bounce rates, time on page en pages per session zijn allemaal gebaseerd op deze gegevens. Terwijl apps, games en videospelers vaak geen aparte pagina’s laden. Hier mis je dus al meteen veel waardevolle data. Steeds meer websites worden ook gebouwd op een enkele pagina met tabbladen of andere oplossingen. Voorheen gaven de meest gebruiksvriendelijke oplossingen dus niet altijd de beste cijfers. Dat probleem wordt nu aangepakt met GA4.

Google Analytics 4 en het event-driven datamodel

De nieuwe manier van meten koppelt sessions en pageviews los van elkaar. In plaats daarvan meet het in een serie van events, waarbij elk event via parameters extra informatie doorgeeft aan Google Analytics.
Voorbeeld van hits meten ten opzichte van events meten - het verschil tussen het oude en nieuwe Google Analytics.Hiermee wordt een grote ergernis van veel marketeers opgelost: het aantal ‘ogen’ zijn niet meer leidend. De nadruk komt meer te liggen op waardevolle bezoeken en interacties.

Wat zijn parameters en hoe gebruik ik ze?

Parameters zijn de gegevens die tijdens deze nieuwe events worden gemeten en meegestuurd worden naar Google Analytics. Een voorbeeld: een scroll door de pagina wordt gemeten als event. De bijbehorende parameter is Percent_scrolled, oftewel door hoeveel procent van de pagina er is gescrold. Afhankelijk van het soort Event worden andere parameters meegenomen. Een scroll wordt overigens een van de belangrijkste nieuwe meetpunten in GA4.

In de praktijk ziet een lijst parameters voor een scroll er als volgt uit:

Overzicht GA4 meting scrollen.

Meer voordelen van Google Analytics 4

Er zijn naast het event-driven datamodel nog meer nieuwe functies gepresenteerd voor GA4. Eigenlijk hebben al deze functies hetzelfde gevolg: je cijfers weerspiegelen de moderne consument beter en overzichtelijker.

Doelgroepen beheren is makkelijker geworden

Google Analytics 4 maakt het makkelijker om doelgroepen te maken op basis van wat gebruikers op je site hebben gedaan. Op basis van de verzamelde gegevens kun je binnenkort bijvoorbeeld bezoekers automatisch laten groeperen in mensen die waarschijnlijk binnen 7 dagen terugkeren op je website, en mensen bij wie dit onwaarschijnlijk is.

De kracht van programmatic advertising, maar dan uit je eigen data.

Het einde van de bounce rate

Meet jij nu op engagement? Dan neem je hier nu vaak de bounce rate in mee. Maar deze is in GA4 vervangen door ‘Engaged sessions’. Om te voldoen aan zo’n sessie, moet de bezoeker minimaal aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

  • Ze hebben de website/app minimaal 10 seconden op de voorgrond open gezet.
  • Ze hebben Een ‘conversie’ geactiveerd. Wat dit is bepaal je zelf en is vergelijkbaar met de ‘Doelen’ uit UA.
  • Ze hebben 2 of meer ‘pageview/screenview’-events uitgevoerd.

Dit levert nieuwe statistieken op. Zoals:

  • Engagement rate (Engaged sessions / sessions)
  • Engaged sessions per user (engaged sessions / users)
  • Engagement time = (som van engaged time)

Geen onnodige klikken naar andere pagina’s meer. De bounce rate kan dus (eindelijk!) de prullenbak in.

Je kunt nu cross-platform campagnes meten

Heb je een website én app? Dan kun je de databronnen van beide nu koppelen aan elkaar, dit noemt Google Analytics gegevensstreams. Hierdoor kun je echt meten hoe goed je campagnes werken.

De analysehub is nu gratis beschikbaar

De analysehub verzamelt een hoop rapporten die je kunt aanpassen met segmenten, dimensies en statistieken. Je vindt hier ook de bekende pad-, trechter- en segmentanalyserapporten terug.

Trial and Error

Omdat Google nooit zelf handleidingen meestuurt met hun updates, is het altijd even zoeken en proberen voordat je alle mogelijkheden op een rijtje hebt. Ben jij zelf achter toepassingen gekomen van Google Analytics 4 die ik heb gemist? Deel ze hieronder!


Source: Frankwatching
Ingrijpende veranderingen in Google Analytics: wat is nieuw?