Month: juli 2020

De juiste klant blij maken met het ACTIE-model

Hoe verleidelijk is het? Je gewoon richten op het grootste marktsegment. Daar waar de meeste klanten zitten. Klinkt logisch, toch? Maar zal ik je iets vertellen: in dat segment zitten waarschijnlijk ook de meeste concurrenten. Iedereen probeert de grote (en de grote hoeveelheid) vissen te vangen. Wellicht is het slimmer je marketing-inspanningen te richten op de niche waarin de voor jou ideale klanten zitten. Als je dat doet, boek je betere resultaten.

Niches zijn namelijk veel winstgevender dan massamarkten – ook omdat er minder concurrentie is.

Het klinkt misschien als een luxeprobleem, alsof de klanten voor het oprapen liggen. Alsof de keuze aan jou als aanbieder is, wie je wil gaan bedienen. Zo mooi is het natuurlijk ook weer niet. Maar het gaat erom dat je duidelijk weet wie jouw ideale klant is. Dan kun je daar je benadering en aanbod optimaal op afstemmen. Zo bouw je aan een relatie die wederzijds vruchtbaar is. Een relatie waarin zowel je klant als jijzelf hun best zullen doen om lang en gelukkig samen te blijven. Het klinkt bijna sprookjesachtig – maar als je het ACTIE-plan volgt, kom je er in 5 stappen.

Klanten vinden die bij je passen, dat is de crux bij marketing – net als bij menselijke relaties.

ACTIE-plan om klanten gelukkig te maken

De letters van ACTIE-plan zijn niet zomaar gekozen. Met ACTIE geef ik de stappen aan die worden doorlopen:

A. Avatar maken

De avatar of persona is cruciaal. Ken je klant – weet aan wie je verkoopt. Een blik op de klantendatabase is een begin. Daar vind je jouw droomklanten: zij die het meest winstgevend of anderszins interessant zijn. Maar het gaat erom dat je de mensen achter die cijfers leert kennen. Je verkoopt immers aan mensen. Je wil een relatie opbouwen met mensen.

Persona makenDaarom pak je vervolgens de telefoon en ga je met ze in gesprek. Dat is dé manier om meer te weten te komen van jouw droomklanten.

 

 

  • Wat zijn de belangrijkste (demografische) kenmerken en interesses?
  • Met welke problematiek heeft hij of zij dagelijks te kampen?
  • Hoe informeert die ideale klant zich?
  • Via welke media?
  • Zijn er specifieke angsten of onzekerheden of anderzijds behoeften en ambities die de klant graag zou verwezenlijken?

Natuurlijk kun je ook aan de klant vragen om samen een kopje koffie te drinken om de soms wel diepgaande vragen te beantwoorden. Dan krijg je een completer beeld én een betere band.

C. Customer journey plannen

Nu je de eigenschappen en gevoeligheden kent van jouw ideale klant, kun je de route uitstippelen om hem of haar voor je te winnen. Dat proces bestaat uit een aantal fases: de customer journey. Of in het Nederlands: de klantenreis. Er zijn genoeg leuke voorbeelden van klantreizen, van IKEA tot Disney.

Alle wegen leiden naar ROME: Return On Marketing Effort.

Customer journeyTwee zaken zijn daarbij van belang. Ten eerste moeten al die inspanningen natuurlijk wel een doel hebben. Als marketeer ben je mede verantwoordelijk voor het resultaat. In dit geval komt moet de uitkomst zijn dat de beoogde doelstellingen worden gerealiseerd. Je moet de relatie ontwikkelen. De klant moet stapjes gaan zetten om de uitgestippelde route af te leggen. Het gekozen pad maakt daarbij niet uit, zolang je er maar voor zorgt dat de weg naar ROME leidt: Return On Marketing Effort.

Het tweede belangrijke punt is dat Je moet begrijpen dat de klantreis een aantal haltes kent. Daarvan kun je er geen enkele overslaan. Als je in het echte leven ‘de ideale partner’ tegenkomt, vraag je meestal ook niet bij de eerste date of diegene met je wil trouwen. Stap voor stap opbouwen dus, door gedoceerd en beheerst het vertrouwen te winnen. Hoe je dat doet staat uitgelegd onder de volgende ACTIE-letters.

T. Transformatie inzetten

Klanten zijn manifest of latent altijd op zoek naar mogelijkheden om ergens beter van te worden. Niet iedereen wordt enthousiast van veranderingen. Maar als je duidelijk maakt wat het voordeel is van jouw dienst of product, maakt dat mensen wel gelukkig.

Transformatie klantOm die transformatie van ‘zoekende’ naar ‘tevreden’ klant, te laten slagen is het van belang om alle communicatie te focussen op de waarde die jouw aanbod voor de klant biedt. Praat of schrijf dus niet te veel over productkenmerken. Dat staat al in de factsheet.

Gebruik de aandacht die je van je klant krijgt liever om aan te tonen dat jouw oplossing hem of haar verder brengt en het geluk – of de winst – naar een hoger niveau zal tillen.

I. Informatie delen

Maar hoe doe je dat dan? De klant overtuigen dat jouw oplossing bijdraagt aan zijn geluk of winstgevendheid? Daarvoor maak je een content-marketingplan. Daarin staat per avatar beschreven – ja, je kunt er meerdere hebben gedefinieerd – welke informatie je op welk moment via welk kanaal aan de klant gaat geven. Het moet namelijk passen bij de fase van de reis die hij aan het afleggen is.

Informatie delen met klantenAls iemand vanuit Brussel naar Rome vertrekt, heeft het niet zoveel zin om na 10 kilometer al te roepen waar in Rome het best geparkeerd kan worden. Alles op zijn tijd. Daarom is een content-marketingplan, met de bijbehorende content kalender, belangrijk. Je hebt en houdt dan overzicht. Hier vind je meer uitleg en illustraties over contentmarketing.

E. Evaluaties doen

Als je hard aan het werk bent om klanten te vinden en te binden, is het natuurlijk belangrijk om te zien welke middelen en methodes het beste hebben gewerkt. Je kunt op basis daarvan je plan verder aanscherpen. Zo zorg je dat jouw kostbare communicatiemiddelen niet weglekken naar plaatsen waar ze geen functie hebben.

EvaluerenEen ander stuk van de evaluatie draait om de klant. Is hij of zij werkelijk blij met hetgeen jij biedt en vertelt? Helpt het die klant om de stappen te maken? Anderzijds is het ook goed om te beoordelen of die (niche)klant daadwerkelijk de waarde voor het bedrijf oplevert, waar vooraf op en mee gerekend was. Anders is een routewijziging – of een passagierswissel – alsnog aan te raden.

Maak het verschil in de niche

Door middel van het ACTIE-plan ga je dus zorgen dat je klantbenadering en -bewerking een stuk specifieker wordt. Niet per se richtend op een massamarkt, maar op een niche – waar de winstgevendheid over het algemeen hoger ligt.

Met deze aanpak ben je anders dan de anderen. Je gaat je onderscheiden van de concurrentie doordat jouw specifieke aanbod perfect aansluit op de door jouw uitgekozen klanten(groep). Het is, zoals het in de literatuur ook wordt genoemd een Blue Ocean Strategy. Kijken waar ruimte is op het speelveld, zonder dat je direct heel veel anderen hoeft te verdringen.

Vanuit de echte marketinggedachte helemaal logisch: Het draait er om dat de klantbehoeften optimaal worden bevredigd. Dat levert loyaliteit en daardoor nog betere resultaten op. Dat wil toch iedereen…?


Source: Frankwatching
De juiste klant blij maken met het ACTIE-model

Contentmarketing in 2020: waar staat het vakgebied? [expert round-up]

Waar staan we met contentmarketing? Komen de voorspellingen die begin dit jaar zijn gedaan een beetje uit? Ik sprak met dé experts op het gebied van contentmarketing over waar we nu staan én zij nemen geen blad voor de mond: er is nog flink wat werk aan de winkel…

Contentmarketing: integreren met andere marketingelementen

Carlijn Postma is oprichter van contentmarketingbureau The Post, auteur van het boek Bingemarketing en veelgevraagd spreker. Ze hoopte dat contentmarketing dit jaar nog professioneler zou worden.

“Contentmarketing moet nog veel meer geïntegreerd worden met andere marketingelementen. Nu worden reclamebureaus ingehuurd voor campagnes en die worden apart gebriefd, net als de social- en contentbureaus. In de ideale wereld zitten alle creatieven op één niveau, zodat je ook echt een geheel krijgt. Je hebt één verhaallijn nodig waarop je alle communicatie en uitingen baseert. Bedrijven moeten gaan seriedenken. Als je de content van je merk als een serie ziet kun je namelijk pas echt een goed verhaal gaan vertellen.”

Corona, iets goeds voor contentmarketing

Toch lukt dit bij veel bedrijven en merken nog niet. “Als ik mijn visie deel, hoor ik vaak dat het heel logisch is, maar toch zie ik het in de praktijk niet vaak genoeg terug. Door corona worden bedrijven nu wel gedwongen om hun (marketing)standaarden te herzien. De eerste paar weken van de crisis trapten veel bedrijven op de rem, want wat gaat er allemaal gebeuren? We moeten efficiënt met budgetten omgaan. Daar heb je een geïntegreerde aanpak voor nodig.”

“Corona is dus wel bezig om iets goeds op te leveren voor contentmarketing. Bedrijven gaan nu écht nadenken over waar ze voor staan, wat hun belangrijkste boodschap is en of dat eigenlijk wel klopt met wat ze naar buiten brengen.”

Leren van de makers van films en series

Ondanks dat er nu wel een verschuiving plaatsvindt, is er nog heel veel te winnen op het gebied van contentmarketing. “Bedrijven kunnen nog veel meer leren van de makers van films en series en hoe zij met verhalen publiek aan zich weten te binden. Zo kunnen we de kennis en creativiteit die de makers van series al jarenlang inzetten, veel meer naar marketing trekken.”

“De eerste stap die je hier als bedrijf in kan zetten is door een showrunner te benoemen, dat is vaak de marketing director, iemand die het merkverhaal bedenkt en het team van schrijvers en bureaus aanstuurt vanuit één gedachte.”

Contentcampagnes met een creatieve en conceptuele insteek

Jomas Vandroemme is Chief Content Strategist bij Com&Co en hij heeft juist hooggespannen verwachtingen van het contentmarketingvak dit jaar.

“Content wordt creatiever en is minder gericht op kwantiteit, meer op kwaliteit. Die trend was al een tijdje ingezet, maar we merkten het begin dit jaar ook echt bij onze klanten: we mochten steeds meer contentcampagnes doen, waarbij de creatieve en conceptuele insteek primeerde.”

laptop

Contentmarketingbureaus meerwaarde voor bedrijven in crisis

Vandroemme ziet wel net als Postma dat corona een positieve invloed heeft op contentmarketing. “Je ziet in België dat het de contentmarketingbureaus zijn die tijdens de crisis hun hoofd boven water konden houden. Sommigen deden het zelfs beter dan gewoonlijk. Zij konden de grootste meerwaarde voor bedrijven in de crisis creëren. Met goede content bouw je een band op met je publiek. En dat publiek is belangrijker dan ooit tevoren.”

In de nasleep van de eerste coronagolf zien we wel dat er wat gas wordt teruggenomen als het over innovatieve content gaat. “Contentmarketing heeft zijn waarde bewezen, maar extreem vernieuwende campagnes blijven voorlopig uit. Misschien spelen bedrijven de komende maanden nog wat op veilig.”

Ondanks dat is de kans wel groot dat de markt gaat opleven. “In België zullen ongetwijfeld meer bureaus hun pijlen op contentmarketing richten. Het is een stabiele markt gebleken. Aan de andere kant gaan hopelijk nog meer bedrijven de waarde van contentmarketing inzien. Dus meer aanbieders en meer vraag. De markt gaat écht opleven, dat is natuurlijk heel positief voor het vak.”

Contentpartnerships

Vandroemme hoopt ook dat bedrijven meer gaan samenwerken. “Samen bereik je een groter publiek. We zien het in België al heel langzamerhand gebeuren: bedrijven die contentpartnerships aangaan of samen een contentplatform oprichten. Het is heel verstandig om je marketingbudget hierin te steken, want het gaat je veel meer opleveren dan losse campagnes.” (Hospes gaat hier zo op door kan ik vast verklappen!)

Contentmarketing: te vaak inwisselbare campagnes

Cor Hospes is de Nederlandse specialist op het gebied van contentmarketing en storytelling. Hij vindt dat we nog steeds van de éne naar de andere hype gaan en de basis van contentmarketing vergeten.

“Iedereen roept en brult maar, terwijl de basis van contentmarketing nog steeds niet op orde is. Veel bedrijven vullen het begrip op hun eigen manier in. Ook draait contentmarketing binnen bedrijven te vaak om inwisselbare campagnes en andere kortetermijnacties. Gericht op een zo breed mogelijke doelgroep die alleen bestaat op Excel-sheets. Daarom gaat het vaak fout.”

Betekenisvolle en merkonderscheidende verhalen

Bedrijven, groot en klein, weten wel dat ze goede content nodig hebben om te overleven, maar hebben geen benul hoe ze dat moeten aanpakken. “Content en contentmarketing start vanuit het DNA van je bedrijf. Bij de vraag wie ben ik, en wat wil ik betekenen voor de wereld? Als je dat verhaal kent, ga je naar stap twee: wie is je publiek, en wat wil je publiek nou eigenlijk echt? Hoe kun je hun leven verrijken en veraangenamen. Wat zijn hun wensen, dromen, angsten en geheimen. Breng dat in kaart. Daar kom je maar op één manier achter: praat met ze. Veel bedrijven en merken willen er nog steeds voor iedereen zijn. Iedereen is niemand. Maak een keuze.”

“Dat maakt het voor marketing lastig. Daar zijn ze niet opgeleid om betekenisvolle en merkonderscheidende verhalen voor een scherp afgebakend publiek te vertellen, laat staan dat ze die goed kunnen beoordelen. Campagnes voor de massa kennen ze wel, en lekker zenden via je socials, maar dat heeft allemaal niks met contentmarketing te maken. Dat vraagt niet om campagnes, maar om een cultuur.”

“Als binnen een organisatie geen liefde bestaat voor het vertellen van verhalen, wanneer een CMO of CEO zich niet aan contentmarketing wil committeren, dan blijft het steken op losseflodder niveau.”

Interne communicatie gaat een vlucht nemen

Net als Vandroemme en Postma, merkt Hospes op dat corona zorgt dat bedrijven wel echt op zoek moeten gaan naar wie ze zijn. “We werken ineens niet meer allemaal op kantoor, dus interne communicatie gaat een vlucht nemen. Als bedrijf wil je je mensen wel aan je binden. Waarvoor doen we het? Delen en voelen we nog dezelfde? Daar heb je een goed merkverhaal voor nodig. Anders raak je je medewerkers kwijt.”

“Bedrijven hebben tijdens de lockdown gemerkt dat wat ze vertellen vaak niet klopt met wie ze zijn en waar ze voor staan. Buiten winnen is binnen beginnen.”

Digitaal clubhuis voor fans

Marketingbudgetten gaan in januari écht een knauw krijgen. “Daarom moet je als bedrijf je medewerkers en eigen fans gaan inzetten, ze gaan fungeren als het verlengde van je marketingafdeling. Bedrijven zien ook dat de kracht van socials zijn uitgewerkt. Ze willen weer rechtstreeks -zonder de tussenkomst van big tech-bedrijven- met hun fans communiceren. Daarom starten ze een eigen platform. Een digitaal clubhuis voor hun fans. Een eigen kanaal voor het consistent publiceren van verhalen met een redactionele formule en merkonderscheidend gezicht. Het is de manier om te bouwen aan een loyaal en betrouwbaar publiek.”

Dus volgens de experts is er nog veel werk aan de winkel, maar alle drie zien ze wel al een lichte verschuiving de goede kant op, helaas dankzij corona. Bedrijven gaan steeds meer aan de slag met hun merkverhaal en komen er nu achter dat het vaak niet klopt met wat ze naar buiten brengen. Verder gaan contentplatforms volgens Vandroemme en Hospes een grotere rol krijgen en dat vind ook ik een positieve ontwikkeling.

Ik ben wat minder sceptisch, maar erken wel dat bedrijven nog veel meer uit contentmarketing kunnen halen. Wat daarvoor nodig is? Een CMO of CEO die het vak contentmarketing serieus neemt en zorgt dat de resources:  professionals (verhalenmakers), budget en tijd vrijkomen om het grootst aan te pakken en goed in de organisatie te integreren, aan de binnen- en buitenkant.

En ik ben enorme fan van contentpartnerships, dus hoop net als Vandroemme dat we daar de komende tijd nog veel meer van gaan zien. Je wordt er alleen maar creatiever van als je samenwerkt, bereikt een veel groter en vaak nieuw publiek en kunt de kosten delen, zodat je het veel beter kan aanpakken.

Heel benieuwd naar jouw mening over waar we nu staan met contentmarketing. Welke ontwikkeling de komende maanden het belangrijkste gaat worden in jouw ogen?


Source: Frankwatching
Contentmarketing in 2020: waar staat het vakgebied? [expert round-up]

Retargeting op LinkedIn: zo benut je de nieuwe opties

Twee nieuwe opties in de LinkedIn Campaign Manager maken het mogelijk om advertenties specifieker te targeten. Wat houden deze advertentie-mogelijkheden in voor jou als adverteerder? In dit artikel heb ik het voor je op een rij gezet.

LinkedIn introduceert twee nieuwe retargeting opties, als uitbreiding op de huidige opties. Namelijk: retargeting op basis van kijkgedrag van een video-advertentie en interactie met een leadgeneratieformulier (Lead Gen Form).

Eerste uitbreiding: retargeting op basis van kijkgedrag

LinkedIn maakt het mogelijk om leden specifiek te retargeten, gebaseerd op het kijkgedrag van een video-advertentie. Je kunt een retargeting-advertentie tonen aan een groep leden die 25%, 50%, 75% of 97% van je video-advertentie heeft bekeken. Daarnaast kun je targeten op wanneer deze interactie met de video-advertentie heeft plaatsgevonden. LinkedIn geeft je keuze uit 30, 60, 90, 180 en 365 dagen in het verleden. Belangrijk om te weten, is dat de doelgroep minimaal 300 leden moet hebben om te gebruiken in de campagne-targeting.

Hoe maak je een video retargeting campagne aan? Ik leg het uit in twee eenvoudige stappen.

Stap 1. Maak je retargeting-doelgroep aan

Allereerst is het noodzakelijk om een doelgroep aan te maken die je wil retargeten met je campagne. Vanaf de tab ‘Account Assets’ in de Campaign Manager kies je ‘Gematchte doelgroepen’.

Functie gematchte doelgroep LinkedIn

Hier zie je, indien van toepassing, een lijst van eerder gebruikte retargeting-doelgroepen.

Vervolgens klik je op ‘Doelgroep maken’ en kies je de onder de optie ‘Opnieuw getarget door’ voor ‘Video’.

Doelgroep maken LinkedIn

Je krijgt dan het onderstaande beeld te zien. Hier kun je onder andere je nieuwe doelgroep een naam geven.

Retargeting doelgroep LinkedIn aanmaken

Selecteer het kijkgedrag in percentages (ten minste 25%, 50%, 75% of 97%) van de video-advertentie.

Kijkgedrag video advertentie

Kies daarna het aantal dagen in het verleden wanneer de leden interactie hebben gehad met de video-advertentie.

Dagen in het verleden interactie video linkedin

Ook selecteer je de videocampagne(s) op basis waarvan de retargeting -doelgroep aangemaakt moet worden. In dit voorbeeld zijn de campagnes onherkenbaar gemaakt. Vervolgens kies je ‘Maken’.

LinkedIn videocampagne selecteren

Je videoretargeting-doelgroep is nu toegevoegd aan je lijst met ‘Gematchte doelgroepen’. Je ziet een indicatie van de grootte van de doelgroep. Leden worden nu automatisch door LinkedIn gematcht op basis van hun betrokkenheid met de video-advertentie, het tijdsbestek en de geselecteerde campagnes.

Stap 2. Bouw de retargeting-campagne op

Nu je de doelgroep hebt opgebouwd, moet je de retargetingcampagne(s) opstellen. Je maakt de campagne op door allereerst het doel van de campagne, locatie en profieltaal te kiezen. Vervolgens kies je bij ‘Doelgroep’ voor de optie ‘Gematchte doelgroepen’ en hier kies je voor de optie ‘Video’.

Retargeting doelgroep selecteren LinkedIn campagne

Als je hierop klikt, verschijnen jouw retargeting-doelgroepen gebaseerd op het kijkgedrag van je video-advertenties. Je kiest de gewenste retargeting doelgroep en gaat verder met het opbouwen van je campagne.

Waarom een uitbreiding van de videoretargeting-opties?

LinkedIn geeft aan dat zij een uitbreiding van de huidige retargeting-opties introduceren om jou als adverteerder te helpen met het bereiken van LinkedIn-leden die interesse tonen in jouw bedrijf. Deze interesse laten leden blijken door bijvoorbeeld een video-advertentie te bekijken of een leadgeneratieformulier aan te klikken en wellicht te versturen. Het uitbreiden van deze functies heeft als doel om de betrokkenheid tussen adverteerder en LinkedIn-lid te vergroten, aldus LinkedIn.

Voordeel: extra contactmoment

Door het inzetten van een retargeting-advertentie op basis van kijkgedrag, creëer je één of meerdere extra contactmoment(en) in het aankoopproces. Hoeveel extra contactmomenten je creëert, is natuurlijk afhankelijk van je campagne-instellingen. Door deze extra contactmomenten vergroot je zowel je online zichtbaarheid als de naamsbekendheid.

Voordeel: heel relevante doelgroep

Daarnaast bereik je met deze retargeting-opties een heel relevante doelgroep. De targeting van deze campagne is immers zo ingesteld dat je een doelgroep bereikt die door het bekijken van een eerdere video-advertentie heeft aangetoond interesse te hebben in jouw product of dienst. Het zien van de retargetingvideo-advertentie kan een potentiële klant nét dat extra duwtje in de rug geven om naar je website te gaan en wellicht wel over te gaan tot een aankoop.

Door het indelen van je retargeting-doelgroep op basis van hun kijkgedrag (variërend van 25% tot 97%), kun je separate retargetingcampagnes aanmaken. Op basis van het kijkgedrag kun je de boodschap in de advertentie hierop aansluiten. Iemand die slechts 25% van jouw video-advertentie heeft bekeken, weet waarschijnlijk nog niet veel over jouw product of dienst. Iemand die de video voor 75% of meer heeft bekeken maar daarna geen actie heeft ondernomen, is al meer bekend met jouw product of dienst. Wellicht heeft deze persoon nog twijfels of mist hij of zij informatie. Door op basis van het kijkgedrag verschillende retargeting-boodschappen op te stellen, wordt jouw advertentie ineens wel heel relevant voor de doelgroep.

Voorbeeld video-advertentie

Voorbeeld van een video-advertentie op LinkedIn.

Tweede uitbreiding: interesse omzetten in een conversie door een leadgeneratieformulier

Marketingprofessionals zullen dit probleem wel herkennen. Niet iedere potentiële klant zal na het openen of versturen van een leadgeneratieformulier direct overgaan tot een conversie. Afhankelijk van de branche waarin je actief bent, varieert de duur van het aankoopproces. Door de retargeting-uitbreiding kun je personen die via LinkedIn een Lead Generation Form hebben geopend of ingediend, opnieuw benaderen. Op die manier bouw je dus een extra contactmoment op in het aankoopproces. Leden van LinkedIn worden door een advertentie nogmaals herinnerd aan jouw aangeboden dienst of product.

Opbouwen retargeting-campagne door een leadgeneratieformulier

Het opbouwen van een retargeting-campagne via LinkedIn op basis van een leadgeneratieformulier werkt bijna hetzelfde als de interactie met een video.

  • Je maakt allereerst een doelgroep aan die je wil retargeten met je campagne.
  • Vanaf de tab ‘Account Assets’ kies je ‘Gematchte doelgroepen’. Hier zie je eventueel een lijst verschijnen van eerder gebruikte retargeting-doelgroepen.
  • Vervolgens klik je op ‘Doelgroep maken’ en kies je de onder de optie ‘Opnieuw getarget door’ voor ‘Leadformulier’.
  • Hier kun je je nieuwe doelgroep een naam geven.
  • Selecteer welke interactie de leden zijn aangegaan. Je hebt keuze uit het leadformulier openen (inclusief ingediende formulieren) of de personen die het formulier hebben ingediend.
  • Je bepaalt vervolgens het tijdsbestek waarin de interactie heeft plaatsgevonden. Met keuze uit interactie tussen 30 tot 365 dagen in het verleden.
  • Ook selecteer je de leadformulier-campagne(s) op basis waarvan de retargeting-doelgroep aangemaakt moet worden.
  • Vervolgens kies je ‘Maken’.

Je retargeting-doelgroep op basis van een leadformulier is nu toegevoegd aan je lijst met ‘Gematchte doelgroepen’. Je ziet een indicatie van de grootte van de doelgroep.

Na het aanmaken van je doelgroep, kun je de retargeting-campagne opstellen. Bij de optie ‘Doelgroep’ kies je voor de optie ‘Gematchte doelgroepen’. Hier kies je voor de optie ‘Leadformulier’ en dan verschijnen jouw retargeting-doelgroepen gebaseerd op de interactie met je leadformulieren. Je kiest de gewenste retargeting-doelgroep en gaat verder met het opbouwen van je campagne.

Update LinkedIn Audience Network

Maar dat is nog niet alles. Want naast de nieuwe retargeting-functies heeft LinkedIn een aanpassing aan het Audience Network doorgevoerd. Door deze aanpassing is het voor adverteerders eenvoudiger om campagnes uit te rollen op third-party apps en websites. Daarnaast is het mogelijk om advertenties op bepaalde categorieën mobiele apps en sites uit te sluiten. Dit moet voorkomen dat er een mismatch voorkomt tussen de inhoud van de advertenties en de inhoud van de website waarop de advertentie wordt getoond.

LinkedIn Audience Network update

Je vindt deze optie bij de campagne-instellingen onder ‘Plaatsing’.

This update sounds great LinkedIn! Ik ben benieuwd of je al aan de slag bent gegaan met de allernieuwste retargeting-mogelijkheden op LinkedIn. Ook ben ik benieuwd wat je bevindingen zijn. Laat het weten in de reacties!


Source: Frankwatching
Retargeting op LinkedIn: zo benut je de nieuwe opties

Hoe de lockdown klantreizen blijvend heeft veranderd

Heb je je wel eens afgevraagd wat er gaat gebeuren met maaltijdbox-services als de crisis voorbij is? Misschien werk je wel in de branche, kijk je naar toekomstige mogelijkheden of ben je gewoon nieuwsgierig naar het effect van de intelligente lockdown. In dit artikel ga ik dieper in op de langetermijneffecten van de pandemie op de maaltijdbox-services.

Een maaltijdbox-service is een foodservice-bedrijfsmodel gebaseerd op abonnementen. De service stuurt zijn abonnees geportioneerde (en soms al voorbereide) ingrediënten en recepten om de maaltijden thuis te kunnen bereiden. Er wordt een flinke groei verwacht in de branche: in 2025 zal de wereldwijde markt €7,83 miljard waard zijn. De services kosten tussen de €8 en €12 per maaltijd (exclusief bezorgkosten).

Wat zijn de voordelen van de services?

Bij gebruik van de maaltijdbox-services hoeft de consument niet meer heen en weer te reizen naar de supermarkt (wat ook kosten scheelt). Daarnaast is er minder sprake van voedselverspilling. Na de pandemie zullen consumenten meer gericht zijn op hun gezondheid en plekken die drukbezocht zijn, zoals de supermarkt, willen vermijden. Maaltijdbox-services bieden hierin een uitkomst.

We verwachten dat het consumentengedrag verandert door de coronacrisis. Dit is omdat er onder consumenten een sterke gemakzucht merkbaar is, en door contactloos bezorgen wordt hieraan voldaan. De maaltijdbox-services kunnen rekening houden met deze wensen. Veel andere bezorgservices zijn ook al bezig met contactloos betalen en bezorgen. De trend van contactloos werken is deels een resultaat van de pandemie en de gevolgen daarvan voor de gezondheid.

Wat deze services ook als kans kunnen zien, is dat veel mensen geen kookinspiratie hebben en geen energie hebben om recepten op te zoeken en hiervoor de voorbereidingen te treffen. De maaltijdbox-services hebben dit gat in de markt opgemerkt. Ze vullen het door makkelijk te volgen recepten op te sturen met alle benodigde ingrediënten. Er is dus geen sprake van voedselverspilling, omdat er idealiter geen ingrediënten bij zitten die niet gebruikt worden.

Wat was de typische consument vóór corona?

Voor de pandemie werden vooral klanten getarget die geen kookinspiratie hadden en hier niet te veel moeite voor wilden doen. Daarnaast waren het ook:

  • ouders die minder tijd in de keuken willen doorbrengen en méér tijd met hun familie
  • professionals die lange en drukke dagen hebben en niet te veel tijd willen besteden aan het kookproces
  • studenten die huisgemaakte maaltijden missen, maar te druk zijn met studeren en hun sociale leven (in dit artikel lees je meer over deze groepen)

Om je een beter beeld te geven van de typische consument die door maaltijdbox-services getarget wordt, heb ik een persona gecreëerd: Linda Bakker.

Even voorstellen: Linda Bakker

Linda is een young professional, woont in Amsterdam Zuidas en heeft net een nieuwe baan gekregen als Business Developer bij ABN AMRO. Ze woont samen met haar partner in een modern appartement vlakbij het kantoor waar ze werkt. Ze heeft vaak drukke werkdagen en wil graag relaxen als ze thuis is. Linda houdt niet van alle moeite die ze moet steken in het voorbereiden, plannen, inkopen en uiteindelijk koken van een maaltijd. Ze is gefrustreerd door de tijd die erin gaat zitten en weet vaak niet wat ze moet koken. Daarom is ze op zoek naar een snelle en makkelijke manier om tóch een gezonde maaltijd op tafel te zetten. Een maaltijdbox van Hello Fresh of vergelijkbare bedrijven halen het giswerk uit het plannen en maken van haar avondeten.

Zoals hieronder zichtbaar is, zou Linda kunnen kiezen voor Hello Fresh, Marleen kookt of Marley Spoon. Het is ook te zien dat Linda het liefste bij deze services terechtkomt via online- en socialmedia-advertenties of aanbevelingen van anderen.

pre-COVID-19 persona

Pre-COVID-19 persona

Linda Bakkers customer journey

Linda volgt de ‘feel-do-think’ methode:

  • Ze voelt zich moe en wil na haar drukke werkdag niet te veel tijd besteden aan het plannen, inkopen en koken van maaltijden
  • De ‘do’ komt daarna, omdat ze hoort over services zoals Hello Fresh, en ze gaat hiervandaan maaltijdboxen bestellen
  • Nadat ze de service heeft uitgeprobeerd, denkt ze erover na. Ze bedenkt zich dat het een handige service is, waardoor ze meer tijd heeft om na haar werk te relaxen. Ze hoeft zich minder zorgen te maken over wat ze gaat koken.

Linda zal dus Hello Fresh aan haar vrienden en familie aanbevelen en de service blijven gebruiken. In haar customer journey is te zien hoe ze zich aan het begin van de journey moe voelt, maar haar humeur beurt op na haar ervaring met de maaltijdbox-service.

de klantreis van Linda

De klantreis van Linda

Het langetermijneffect op maaltijdbox-services

Corona heeft een grote impact gehad op maaltijdbox-services: restaurants waren gesloten, mensen ontweken de supermarkt… Maar is deze impact blijvend?

Als de crisis voorbij is, zal er veel zijn veranderd. Bepaalde gedragspatronen die consumenten tijdens de coronatijd hebben opgedaan zullen op de lange termijn blijven. Hierbij komt dat ze een impact zullen hebben op de wereldwijde economie en vele industrieën. In het bijzonder ná de crisis zullen maaltijdbox-services een uitkomst bieden voor consumenten die zich meer bewust zijn geworden van hun gezondheid en die nog even drukbezochte plekken als de supermarkten willen mijden. De services zijn bijzonder voordelig omdat consumentengedrag en behoeftes verwacht worden te veranderen, met een grotere behoefte aan contactloos betalen en bezorgen om besmetting met het virus te voorkomen.

Bedrijven kunnen hierop inspelen met een nieuw consument-persona: de bezorgde consument die openbare plekken zoals de supermarkt wil vermijden. Maaltijdbox-services kunnen zo winst maken op de nieuwe target-groep, die hieronder wordt getoond.

Om een beetje een beeld te geven over de typische klant ná corona, heb ik nog een persona gecreëerd: Jan Verstraten.

Post-corona persona: Jan Verstraten

Jan werkt als financieel analist bij Philips. Hij werkt de helft van de week thuis vanuit zijn nieuwe appartement in Amsterdam Zuid. Hoewel er al een tijdje geen nieuwe coronagevallen bij zijn gekomen, probeert Jan zo veel mogelijk openbare plekken te vermijden. Voor de pandemie at hij veel bij restaurants. Toen de crisis erger werd en restaurants sloten, was Jan geïrriteerd door het risico dat hij liep om besmet te raken als hij naar de supermarkt moest.

Tijdens de pandemie ontdekte hij maaltijdbox-services. Hij heeft de services uitgeprobeerd en het contactloos betalen en bezorgen beviel hem. De recepten waren makkelijk te volgen en de maaltijden heerlijk. Omdat hij zo’n positieve ervaring heeft gehad, blijft hij de service gebruiken ná de lockdown.

Post-COVID-19 persona

Post-COVID-19 persona

De customer journey van Jan Verstraten

Ook Jan volgt de ‘think-do-feel’ benadering. Tijdens de crisis dacht hij na over alternatieven voor de supermarkt, omdat hij bang was om besmet te raken. Toen bestelde hij een maaltijdbox van Hello Fresh. Nadat hij de maaltijd had ontvangen en bereid, was hij om. Hij was overgehaald door de contactloze betaling en bezorging, en daarnaast vond hij de verse ingrediënten en goede smaak fijn. Jan blijft de service gebruiken als de crisis voorbij is en raadt dit ook aan bij familie en vrienden.

De klantreis, die hieronder te zien is, laat de contactpunten en gelinkte emoties van Jan zien. In het begin maakt Jan zich zorgen om besmet te raken, waardoor hij een slecht humeur heeft. Daarna ervaart hij het gemak van een maaltijdbox van Hello Fresh. Hij kan nu zijn maaltijd thuis laten bezorgen zonder zich zorgen te maken om het virus. Zelfs nadat de crisis voorbij is, is het veiliger om dit patroon aan te houden, dus hij blijft bestellen. Hoewel restaurants weer open zullen gaan, wil Jan zijn gezondheid niet op het spel zetten.

De klantreis van Jan

De klantreis van Jan

Een vergelijking van het waardekompas (vóór en ná corona)

De waardekompassen die je hieronder ziet, illustreren de waarden waaraan maaltijdbox-services op twee verschillende tijdstippen het grootste belang hechten. Het linker-waardekompas vertegenwoordigt de waarden van de bedrijven vóór de corona-uitbraak. Bedrijven die maaltijdboxen bezorgen hebben de meeste nadruk gelegd op waarden zoals:

  • functionaliteit
  • prestatie
  • sociale verantwoordelijkheid

Dit kan worden verklaard door hun doelsegmenten – ouders, (young) professionals en studenten – en hun doelstellingen. Zoals het terugdringen van afval en het verstrekken van eenvoudig te volgen recepten en de benodigde ingrediënten aan hun klanten.

Aangezien sociale verantwoordelijkheid rekening houdt met milieuwaarden, wordt het beschouwd als een belangrijke waarde voor maaltijdbox-services, omdat zij klanten proberen te helpen afval te besparen.

Het rechter-waardekompas vertegenwoordigt de waarden van maaltijdbox-services ná de corona-uitbraak. De waarden waar deze bedrijven naar verwachting de meeste nadruk op leggen zijn:

  • veiligheid
  • maatschappelijke verantwoordelijkheid
  • zorg en genegenheid

Dit kan worden verklaard door het feit dat van consumenten wordt verwacht dat ze meer gezondheidsbewust worden en op hun hoede zijn om naar drukbezochte plekken te gaan. Daarom blijven ze liever thuis eten om niet het risico te lopen besmet te raken met het virus. Maaltijdbox-services wordt aanbevolen om zich aan te passen aan die veranderingen in consumentengedrag en -houding door hun waarden en doelstellingen aan te passen. Hierdoor kunnen ze aantrekkelijk blijven voor het nieuwe opkomende klantsegment.

waardecompassen voor en na COVID-19

Waardecompassen voor en na COVID-19

De voorspelde toename van de vraag naar maaltijdbox-services

De verwachting is dat consumenten waarschijnlijk meer zullen uitgeven aan voedselbezorging, bereid voedsel en boodschappen dan voor de pandemie. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door financiële spanningen en aanhoudende zorgen over eten op drukke plekken. Aangezien consumenten waarschijnlijk de voorkeur blijven geven aan thuis eten, kan dit een aanwijzing zijn dat de vraag naar bezorgdiensten voor maaltijdpakketten ten minste een tijdje zal toenemen nadat de pandemie tot zijn einde is gekomen.

De onderstaande afbeelding laat de versnelde verschuiving zien naar de bezorging van boodschappen en levensmiddelen, die na de coronacrisis zou kunnen aanhouden. Het diagram toont de verandering in uitgavenvoorkeur (netto-intentie) van Chinese burgers en vergelijkt twee scenario’s: tijdens versus vóór corona, en tijdens versus ná corona.

Aangezien de maaltijdbox-services vergelijkbaar zijn met kant-en-klaar voedsel van supermarkten, kan worden voorspeld dat deze diensten na de pandemie ook een opwaartse trend zullen zien, aangezien de vraag naar kant-en-klaar voedsel naar verwachting zal toenemen met een netto-intentie van 27.

 

Versnelde shift naar boodschappen- en maaltijdbezorging na de crisis

Versnelde shift naar boodschappen- en maaltijdbezorging na de crisis

Wat zijn de belangrijkste punten om mee te nemen?

Aangezien van klanten wordt verwacht dat ze in deze onvoorspelbare tijden veranderen, moeten bedrijven meer aandacht besteden aan de behoeften van hun klanten en zich naar die veranderingen aanpassen. Niet alleen maaltijdbox-services hebben te maken met de verandering in consumentengedrag en de vraag naar hun services. Ook vergelijkbare industrieën zoals afhaalmaaltijden, kant-en-klaarmaaltijden van supermarkten of bezorging van eten worden geadviseerd om voorzichtig te zijn met de behoeften van hun klanten, die mogelijk zijn veranderd tijdens de crisis.

Ik schreef dit artikel naar aanleiding van het vak ‘Consumer Branding’ dat door Erik Kostelijk (Associate Professor Marketing) wordt gegeven.


Source: Frankwatching
Hoe de lockdown klantreizen blijvend heeft veranderd

Cookies voor beginners: alles wat je moet weten

“Schrijf jij eens een artikel over cookies,” droeg mijn baas mij op bij de maandagochtendkoffie. Ik keek hem vertwijfeld aan en antwoordde: “Ik ben een copywriter. Ik begrijp helemaal niets van cookies.” Waarop hij zei: “Daarom ben jij zo perfect voor de klus. Niemand snapt cookies. Wanneer jij er als leek onderzoek naar doet slaag je er misschien in om deze materie begrijpelijk te maken.”

Hij nipte vervolgens nog eens aan zijn koffie, knikte bevestigend (niet naar mij maar naar zichzelf) en keerde met een tevreden gezicht terug naar zijn kantoor.

En ik? Ik prevelde tegen de koffiemachine: “Maar ik weet echt helemaal niets over cookies.”

Cookies

Wat zijn cookies? (Als je het mij vraagt)

Wat weet ik hier eigenlijk al over? Dit zijn de dingen die mij te binnen schieten:

  1. Cookies zijn onzichtbare bestandjes die op je computer worden geïnstalleerd wanneer je een website bezoekt.
  2. Deze bestanden zorgen ervoor dat jouw ervaring op de site beter wordt. Jouw gegevens staan bijvoorbeeld al ingevuld in een contactformulier en je ziet advertenties van producten die jij leuk vindt.
  3. Cookies zorgen er ook voor dat de website-eigenaar meer geld aan jou kan verdienen. Niet alleen omdat de eerder genoemde advertenties doelgerichter zijn, maar ook omdat hij jou op latere momenten met re-marketing kan bestoken. (Niet bekend met de term re-marketing? Stel: je bezoekt de website russischebruiden.com. Puur hypothetisch, hè. Nog een week lang verschijnen er op talloze ongerelateerde sites advertenties van russischebruiden.com. Dát is re-marketing.)
  4. Cookies zijn omgeven door nogal wat Europese wetten. In december 2019 werd in België de eerste boete uitgedeeld aan een site die zijn cookievermelding niet op orde had.

Mwah, niet slecht. Blijkbaar weet ik er toch wel iets over. Ik ben er echter zeker van dat mijn meer technisch onderlegde collega’s diepgang kunnen geven aan het onderwerp. Tijd om eens rond te vragen.

Wat zijn cookies? (Als je het een wizzkid vraagt)

Allereerst begaf ik mij naar mijn collega Hannelore, een programmeur met een brein dat in binaire getallen denkt. Dit is haar antwoord op de vraag wat een cookie volgens haar is:

Cookies betreffen het via een elektronisch communicatienetwerk opslaan van of toegang verkrijgen tot informatie in de randapparatuur van een gebruiker.

“Hannelore, je klinkt als een wetboek,” zei ik. Alsof ik de grootste dwaas op aarde ben antwoordde ze: “Dat is de tekst uit het wetboek.”

Ik vroeg haar wat verstaan wordt onder ‘randapparatuur’. Ik verkeerde in de veronderstelling dat cookies alleen op computers van toepassing zijn. Is er meer? Zuchtend zei ze: “Ook andere apparaten met een vergelijkbare functionaliteit, zoals smart-tv’s, telefoons, tablets en spelcomputers, gebruiken cookies of bestanden die daarop lijken.”

Ah. Zo zo.

Ik bedankte Hannelore voor de uitleg en wendde mij tot mijn collega Raf, een front-end developer. Misschien praat hij meer als een, eh… mens.

Dit is Raf aan het woord:

Wat wel grappig is, is dat cookies niet optimaal werken op mobiele apparaten. Apps op smartphones werken technisch anders dan webbrowsers. De Mobiele advertentie-ID is het meest gebruikte alternatief op de GSM. Het doel is echter hetzelfde als bij de traditionele cookies. Daarom worden ze onder de algemene noemer van cookies geplaatst.

Mijn respons: “Grappig inderdaad.” Voordat Raf verder ging met zijn werkzaamheden waar ik niets van begrijp, zei hij: “Ik zal je een lijst mailen met alle soorten cookies. Misschien heb je daar iets aan.”

Een lijst van alle soorten? Chocolate chip, macaron, sprits, stroopwafel?

Nope.

Cookies

Wat voor soorten cookies zijn er?

Het hoeft misschien niet gezegd te worden, maar de lijst van Raf was de natte droom van een nerd. Oftewel: ik begreep er niets van.

Maar mijn missie heeft zich in mijn hoofd genesteld: ik wil cookies begrijpen. Met veel opzoekwerk heb ik de lijst ontcijferd. Ik presenteer je met gepaste trots het resultaat.

1. Noodzakelijke cookies

Dit is essentieel voor het goed functioneren van de website. Deze categorie bevat alleen cookies die basisfuncties en beveiligingsfuncties van de website garanderen. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op. Da’s fijn.

2. Analytische cookies

Analytische cookies zorgen ervoor dat het bezoek op de website voor de website-eigenaar inzichtelijk wordt gemaakt door het gedrag van bezoekers en hun herkomst te analyseren. Ze worden gebruikt om de prestatie van een website te meten en deze te optimaliseren. De site-eigenaar kan achterhalen welke informatie bezoekers nuttig of juist overbodig vinden.

Analytische cookies houden bijvoorbeeld bij hoe vaak een website wordt bezocht of hoe vaak een blogartikel wordt gelezen. Ze kunnen ook bijhouden vanuit welke regio de websitebezoekers voornamelijk komen, en of de mobiele versie van de website populairder is dan de desktopversie.

3. Functionele cookies

Functionele cookies zorgen voor een optimale gebruikerservaring van de website. Ze worden onder andere gebruikt voor het geautomatiseerd invullen van formulieren en voor het goed laten werken van de chatfunctie en de winkelwagen. Ze onthouden dat je als gebruiker ingelogd bent of items in de winkelwagen hebt geplaatst. Bij een meertalige website kan de taalvoorkeur of landvoorkeur van de bezoeker onthouden worden.

4. Trackingcookies

Met trackingcookies wordt er een profiel van de websitebezoeker opgebouwd. Zo kan er bijvoorbeeld een aangepaste versie van de website getoond worden. Deze cookies volgen het surfgedrag van de bezoeker, waardoor hij zelfs tijdens het surfen op andere websites gepersonaliseerde aanbiedingen of advertenties kan ontvangen. Zo kan het voorkomen dat hij een eerder bekeken webshop-artikel (of catalogusbruid) opnieuw ziet verschijnen op andere websites.

Overigens…

…worden sommige van deze cookies geplaatst door de website die je bezoekt, terwijl andere geplaatst worden door externe partijen (adverteerders, newsfeeds, plug-ins). In het eerste geval spreken we over first-party cookies, in het tweede over third-party cookies.

Ik zat overigens fout met mijn aanname dat cookies altijd kleine bestandjes zijn die op de computer van de gebruiker worden geïnstalleerd. Dit was het inderdaad twintig jaar geleden, maar inmiddels is het begrip ‘cookie’ verruimd. De wet spreekt over:

…via een elektronisch communicatienetwerk opslaan van of toegang verkrijgen tot informatie in de randapparatuur van een gebruiker.

Interessant weetje: er zijn zelfs cookies die ervoor zorgen dat jij kunt instemmen met het wel of niet gebruiken van cookies.

Moeten we bang zijn voor cookies?

Ligt eraan wie je het vraagt. Ik kom op internet massa’s angstige mensen tegen die zeggen dat cookies onze privacy schenden. Dat ze in een koekdoos horen, niet op een computer. Maar is deze angst terecht?

Ik geef toe: als je cookies toestaat die als doel hebben om jouw persoonlijke voorkeuren op te slaan, kun je inderdaad spreken van inbreuk op privacy. Je mag dan inderdaad redeneren: het gaat niemand wat aan dat ik een voorkeur heb voor sportschoenen van Nike, vliegvakanties naar Tunesië en Oost-Europese vrouwen die Natascha en Tatiana heten.

Als het inderdaad voor jou een probleem is dat een website deze informatie vergaart, dan is dat helemaal oké. Geef bij de cookievoorkeuren simpelweg geen toestemming om dergelijke cookies te plaatsen. Ik ken echter ook mensen (ik denk aan mijn lieftallige vriendin) die het prachtig vinden wanneer een website advertenties toont met producten de zij daadwerkelijk leuk vinden.

Zie ik persoonlijk cookies als een inbreuk op mijn privacy? Nee. Maar ik stem ook niet altijd in met alle cookies. Het ligt eraan hoezeer ik zin heb om de rest van de week bestookt te worden met advertenties die gerelateerd zijn aan de website die ik zojuist bezocht heb. Bedenk ook het volgende:

Cookies kunnen alleen gelezen worden door de website die de cookie plaatst.

Een cookie van Nike kan bijvoorbeeld niet óók gebruikt worden door vijfhonderd andere sportmerken. Dat vind ik een geruststelling.

Cookies

Hoe zorg je er als bedrijf voor dat je safe zit?

Ik vermeldde aan het begin van dit artikel een boete die is uitgedeeld aan een Belgische site omdat ze hun cookieverklaring niet op orde hadden. De site heeft €15.000,- moeten betalen. (Ironisch genoeg geeft deze site juridisch advies.)

Jij wil als website-eigenaar echter geen boete betalen, dus je moet ervoor zorgen dat jouw site in orde is. Dit doe je als volgt.

1. Ga na of jouw site wel cookies gebruikt

Niet iedere website gebruikt ze, dus niet iedere site is verplicht om zijn cookies te vermelden.

De kans is echter zeer groot dat jouw site wel degelijk cookies gebruikt. Vraag aan je websitebouwer om ze te inventariseren. Of vraag het een andere wizzkid. Mijn collega Hannelore vertelde mij dat ze WordPress-websites scant met de cookie-scan plug-in ‘GDPR Cookie-toestemming’.

Low-budgettip: je kunt deze plug-in natuurlijk ook zelf aanschaffen en de scan persoonlijk uitvoeren.

2. Vraag uitdrukkelijk om toestemming

Gebruikt jouw site cookies die buiten de categorie ‘noodzakelijke cookies’ vallen? Dan moet de bezoeker bij binnenkomst op de site expliciet om toestemming vragen. In principe hoeft deze toestemming maar één keer gevraagd te worden, tenzij de gebruiker zijn cookies verwijdert of jouw website of webshop zijn cookiebeleid wijzigt.

Ik zeg bewust expliciete toestemming, want (let op!) impliciete toestemming is niet voldoende. Impliciete toestemming houdt in dat je ervan uitgaat dat de gebruiker automatisch toestemt door de site te gebruiken. De gebruiker moet de kans hebben om op een ‘in orde’-knop of ‘akkoord’-knop te klikken. Ook moet de gebruiker de mogelijkheid hebben om per cookiesoort toestemming te geven.

Deze cookiemelding is een voorbeeld van hoe het niet moet:

Slechte cookiemelding

Deze cookiemelding is een voorbeeld van hoe het wel moet:

Goede cookiemelding

Zie je het verschil?

3. Voorzie je site van een cookiebeleid

Je moet niet alleen nadrukkelijk toestemming vragen: ook moet je in de melding een link voorzien naar je cookiebeleid. In dit beleid vertel je welke cookies jouw site gebruikt en waar deze voor dienen. Maak voor dit beleid een aparte pagina aan, waarnaar je ook linkt vanuit de websitefooter.

De volgende zaken moeten vermeld worden in het cookiebeleid:

  • Wie er verantwoordelijk is voor dit cookiebeleid. Je sitebezoekers moeten contact met je kunnen opnemen voor meer informatie. Noem daarom de exacte naam van je organisatie, het volledige adres, het btw-nummer en het telefoonnummer en/of e-mailadres. Beschrijf ook op welke manier je de gegevens verwerkt. Vertel of je ze binnen of buiten je eigen organisaties verwerkt en of je dat anoniem doet. Vermeld dat je maatregelen neemt om de vertrouwelijkheid te beschermen.
  • Wat zijn cookies, welke soorten zijn er en waarvoor dienen ze? Leg kort uit wat cookies zijn en wat ze voor de sitebezoeker betekenen. Vertel vervolgens welke cookiesoorten er zijn en wat de voordelen ervan zijn voor de gebruiker. Begin met het onderscheid te verhelderen tussen first-party cookies en third-party cookies. Splits deze daarna op in noodzakelijke-, analytische-, functionele- en trackingcookies. Je weet wel, dat rijtje dat we eerder besproken hebben.
  • Welke cookies gebruik jij, welk doel hebben ze en hoe lang worden ze bewaard? We hebben het nu niet over cookiecategorieën, maar een opsomming van alle individuele cookies die jouw site mogelijk bij de bezoeker op zijn apparaat plaatst.
  • Leg uit hoe de gebruiker zijn cookies kan verwijderen. Dat kan bijvoorbeeld door de hulpfunctie van je browser te raadplegen.
  • Geef aan wanneer je beleid voor het laatst gewijzigd werd. Als je je beleid wijzigt moet je bovendien opnieuw toestemming vragen aan alle bezoekers.

Veel bedrijven kiezen ervoor om de hun cookiebeleid in te voegen in hun algemene disclaimer- en privacypagina. (Wij hebben dit ook gedaan.) Zo staan alle gegevens over rechten, verantwoordelijkheden en privacy overzichtelijk op één pagina.

Cookies

Alles samengevat

  • Cookies zijn van oorsprong kleine bestanden die op het apparaat worden opgeslagen van degene die een website of webshop bezoekt, maar inmiddels omvat het begrip alle vormen van ‘via een elektronisch communicatienetwerk opslaan van of toegang verkrijgen tot informatie in de randapparatuur van een gebruiker’.
  • Ze zorgen ervoor dat de site een betere gebruikerservaring geeft, en ze stellen de site-eigenaar in staat om een efficiëntere (en dus commercieel sterkere) site te beheren.
  • Een website moet de bezoeker expliciet om toestemming vragen wanneer hij of zij hem voor het eerst bezoekt (al geldt dit alleen wanneer de site gebruik maakt van cookies die niet essentieel zijn voor een normale werking van de site).
  • Een website moet middels een cookiebeleid transparantie bieden: wat zijn cookies, welke soorten zijn er, waarvoor dienen ze, welke verzamelt de site, waarom je dat doet en hoe lang je ze bewaart. Ook geef je uitleg over hoe de bezoeker zijn cookies kan wissen, uitschakelen of aanpassen, en wanneer je je beleid voor het laatst gewijzigd hebt.

Mijn opdracht is voltooid: ik heb cookies inzichtelijk gemaakt. Of ja, dat is mijn hoop.

Is dit alles wat er over cookies te vertellen is? Nee. Tijdens mijn zoekwerk ben ik pagina’s andere interessante (en relevante) info tegengekomen. Een mens moet echter keuzes maken in het leven, en dat heb ik gedaan.

Nu ga ik naar de winkel om een doos koekjes te kopen. Ik heb honger gekregen.


Source: Frankwatching
Cookies voor beginners: alles wat je moet weten

Zo blijf je relevant voor de nieuwe generatie B2B-kopers [3 waardevolle lessen]

Het strijdtoneel voor B2B-marketing en -sales bevindt zich inmiddels vrijwel volledig online, een plek waar alles draait om klantervaringen. Bedrijven geven grof geld uit aan de nieuwste martech-oplossingen* om hun concurrentie voor te blijven en de B2B-consument voor zich te winnen. Maar er klopt een nieuwe generatie B2B-kopers op de deur, die meer eist dan de laatste martech-snufjes.

Een grote groep van de moderne B2B-kopers is tegenwoordig millennial (pdf). Deze digital natives baseren hun verwachtingen en koopgedrag op hun ervaringen als consument. Hierdoor wordt de lijn tussen B2C en B2B steeds vager en zijn de verwachtingen torenhoog.

Om relevant te blijven moeten B2B-marketeers terug de schoolbanken in. We moeten ons aanpassen aan de nieuwe realiteit, waarin interactieve contentbelevingen de hoofdrol spelen in de klantreis. In dit artikel neem ik je mee in een spoedcursus van 3 lessen waarin je de nieuwe B2B-koper leert kennen, begrijpen en bereiken.

Les 1. De moderne B2B-koper: online doe-het-zelver

Het is nu echt tijd om het traditionele beeld van B2B-kopers, die een lineair koopproces volgen, achter je te laten. De moderne B2B-koper is jonger, beter geïnformeerd, altijd online en snel afgeleid. Ook doen ze zelf onderzoek en zijn ze een echte pro in het detecteren van bullshit.

De moderne B2B-koper gaat zelf op onderzoek uit om oplossingen te vinden voor zijn/haar problemen. Dit leidt ertoe dat 70% van de buyer journey (pdf) tegenwoordig wordt afgelegd zonder dat er contact is geweest met iemand van sales. Denk aan het bezoeken van de website of socialmedia-accounts van een aanbieder, het lezen van peer reviews op sites als G2 of Capterra, of het doorspitten van de talloze artikelen met tips die online te vinden zijn.

Deze grote lading aan informatie zorgt ervoor dat de koper goed beslagen ten ijs komt als hij voor het eerst contact opneemt en ‘sales trucs’ snel in de smiezen heeft. Ze zijn van nature sceptisch. Het is dan ook moeilijker dan ooit om hun vertrouwen te winnen.

Man met telefoons en laptop.

Kun je voldoen aan de extreem hoge verwachtingen?

Dan zijn er nog de extreem hoge verwachtingen die er tegenwoordig zijn. Bedrijven als Netflix en Spotify hebben ons verwend als consument. Tegenwoordig hoef je bij Netflix niet eens meer zelf op zoek te gaan als je net klaar bent met het bingen van een serie als The Last Dance. Ze hebben jouw volgende serie al voor je klaarstaan: “Hi Sander, gebaseerd op jouw kijkgedrag zul je Sunderland Till I Die vast ook leuk vinden, want je houdt van series over sport.” Thanks Netflix! Dat scheelt mij toch weer tien minuten zoeken (of soms hele avonden, als er overeenstemming moet worden bereikt binnen het huishouden)!

De hoge kwaliteit van de ervaringen als consument bevalt ons zo goed dat 80% van de B2B-kopers dezelfde realtime interactie verlangt in het koopproces met bedrijven. De ervaring die een bedrijf biedt, is tegenwoordig zelfs even belangrijk als haar product of services. Waar Netflix voorspelt welke je serie moet kijken, moeten bedrijven de wensen van kopers leren begrijpen en hen begeleiden naar de volgende stap in het koopproces.

Altijd online

De moderne koper is daarnaast altijd (ja echt, ALTIJD) online. Op je telefoon je apps checken terwijl je tv kijkt en ondertussen op je laptop nog even de laatste mailtjes versturen, het gebeurt echt. Kortom, we zijn snel afgeleid en je hebt gemiddeld tussen de 8 en 12 seconden om de aandacht van je koper te grijpen. Als marketeer is het dus van belang dat je zorgt dat je de aandacht grijpt en vasthoudt door waardevolle en interactieve content te bieden.

Dit is slechts een algemene schets van de moderne B2B-koper. Voor een gedetailleerde schets van jouw ICP (ideal customer profile), wat hun eigenschappen zijn en welke specifieke content zij interessant vinden, is een persona study een must. Aan de hand van die resultaten kun je jouw customer journey vormgeven en aan de slag gaan met contentmapping.

B2B-koper

Deze illustratie toont de oude B2B-koper (links) en de moderne B2B-koper (rechts).

Les 2. Het nieuwe koopproces: intelligente content

Nu we weten wie de nieuwe koper is, is het tijd om te kijken naar het veranderende koopproces. Zoals ik hierboven al vermeldde, gebeurt dit grotendeels zonder jou. Maar dat wil niet betekenen dat je geen waarde toe kunt voegen in de tijd dat jouw koper zelf onderzoek doet. Geduld is in dit geval niet alleen een schone zaak, maar zelfs strikt noodzakelijk om jouw prospects niet af te schrikken met een belletje van sales of stalkerige e-mails die te vroeg in het koopproces verstuurd worden.

Het koopproces gebeurt niet alleen voor een groot deel zonder jou, maar duurt ook langer en is complexer. Bij een gemiddelde B2B-aankoop zijn zes tot tien mensen betrokken, die allemaal 4 à 5 verschillende soorten informatie verzameld hebben in verschillende stadia van de journey. Het lineaire koopproces, waar het bedrijf stap voor stap de route van de koper bepaalt, behoort tot het verleden. De ‘doe-het-zelf’-generatie springt zonder moeite van voor naar achter in de buyer’s journey. Voor bedrijven is het van belang dat ze voor elk moment content hebben die de koper aanspreekt. Intelligente content kan je hierbij helpen.

Maak gebruik van intelligente content

Door je contentplatformen te integreren met jouw CRM- of MAP-systeem (bijvoorbeeld HubSpot of Pardot) kun je inzichten vergaren in wie jouw content leest of bekijkt. Je kunt specifieke details inzien over het lees- en kijkgedrag van jouw koper. Door precies te weten welke content jouw koper consumeert en hoe betrokken hij/zij is, kun je erachter komen waar hij/zij zich bevindt in het koopproces. Gebaseerd op het gedrag van je koper kun je gepersonaliseerde vervolgcontent aanbieden (vergelijkbaar met het eerdere voorbeeld van Netflix), waardoor je kans op conversie aanzienlijk vergroot wordt.

Een voorbeeld van een klantreis

Stel dat jij een softwareplatform hebt dat meerdere oplossingen aanbiedt, bijvoorbeeld voor leadgeneratie, e-mailmarketing en account-based marketing. Als potentiële klant ben ik alleen geïnteresseerd in het thema leadgeneratie. Dus ik lees een van jullie e-books over leadgeneratie en bekijk een video op jullie website. Als je het slim aanpakt, weet jij precies waar ik naar heb gekeken, wanneer en hoe lang ik dit heb gedaan.

Een paar dagen later bekijk ik een van de beschikbare online brochures. Ik heb met name veel tijd heb besteed aan het lezen van de pagina over leadgeneratie. Ook heb ik een CTA-button aangeklikt die naar de pricing pagina leidt. Hiermee laat ik een koopintentie zien. In jouw CRM- of MAP-systeem wordt automatisch een taak aangemaakt die het salesteam triggert om eens contact op te nemen. Jouw salescollega weet precies welke informatie ik al heb gezien. Hij/zij kan daardoor inschatten welke kennis ik al heb opgedaan en heeft gelijk een haakje om een gesprek aan te knopen: “Wat vond je van ons e-book over leadgeneratie?”.

Versterk de samenwerking tussen marketing & sales

Het nieuwe koopproces vraagt om geduld. Maar als je het slim aanpakt, kun je veel efficiënter te werk gaan en zorgen dat de samenwerking tussen marketing en sales versterkt wordt. Bovendien spring je precies op het juiste moment bij om de koper richting een aankoop te begeleiden.

intelligente-content-voorbeeld

Voorbeeld van een integratie van een contentplatform met het HubSpot CRM-systeem.

Les 3. B2B-content: van statisch en saai naar een interactieve ervaring

Het veranderende B2B koopproces onderstreept de waarde van content als brandstof voor de customer journey. Het is dan ook geen verrassing dat 87% van de B2B-kopers aangeeft dat content een gemiddelde tot belangrijke rol inneemt in het aankoopproces.

De B2B-koper legt het merendeel van de buyer’s journey af zonder contact op te nemen met jouw sales-team. De content die je aanbiedt neemt logischerwijs een steeds prominentere rol in in het salesproces. Maar je bent uiteraard niet alleen. We worden overspoeld met content en iedereen vecht voor de aandacht van de consument. De zeeën aan beschikbare online content maken het steeds uitdagender om je als bedrijf te onderscheiden met content.

Het is dus van belang dat je op het juiste moment de juiste toegevoegde waarde biedt met jouw content. Zorg ervoor dat elke volgende stap relevant is. Zo niet, dan kun je weer opnieuw beginnen, op zoek naar een nieuwe gegadigde die jou een paar seconden van zijn/haar tijd gunt.

Aan de slag met interactieve content

Een belangrijk wapen op het B2B-strijdtoneel is interactieve content, zoals video. Het aanbieden van content die makkelijk te consumeren is, wordt steeds belangrijker in het aankoopproces. En daarnaast is mobielvriendelijke content inmiddels een must. De nieuwe generatie B2B-kopers en het veranderende koopproces vragen om veel en hoogwaardige contentproductie. Het is dus zaak voor B2B-marketeers om hier schaalbare oplossingen voor te vinden. Om tijd te besparen kun je bijvoorbeeld met makkelijk te reproduceren templates werken, waarbij je zo min mogelijk een beroep hoeft te doen op hulp van designers en developers.

Mocht je nog gebruik maken van traditionele, statische B2B-content (denk aan whitepapers of onderzoeksrapporten als pdf-bestand), dan is nu de tijd om je content te moderniseren om de nieuwe generatie B2B-koper voor je te winnen. Vervang jouw statische content met interactieve, meetbare en gepersonaliseerde content experiences. Spreek de B2B-koper aan met relevante content. Vergaar waardevolle inzichten over de koopintentie. En gebruik deze inzichten om de koper persoonlijk te begeleiden in de volgende stap in de klantreis. Alleen dan word je de beste leerling van de klas.

*Bron introductie: Europe marketing technology landscape supergraphic


Source: Frankwatching
Zo blijf je relevant voor de nieuwe generatie B2B-kopers [3 waardevolle lessen]

5 redenen om de toegankelijkheid van je website prioriteit te geven

Niet iedereen staat stil bij dat de online wereld heel anders wordt ervaren door mensen met een functiebeperking. Zoals blindheid, doofheid, motorische of cognitieve beperkingen. In sommige gevallen zijn websites of delen van websites voor hen zelfs helemaal niet te gebruiken. Dat moet anders. In dit artikel lees je wat toegankelijkheid inhoudt, waarom het belangrijk is voor jou en je gebruikers, en hoe je kunt beginnen met het verbeteren van jouw site.

Niet op jouw gebruikers van toepassing? Think again

Volgens een schatting van Jeroen Hulscher, die cijfers vanuit verschillende bronnen heeft samengevoegd, zijn er zo’n 4,5 miljoen mensen in Nederland met een functiebeperking. Zoals blind- of slechtziendheid, doofheid, motorische beperkingen en meer.

Ondanks dat deze groep al ontzettend groot is – want vergis je niet, 26% is een grote groep – is de groep eigenlijk nog een stuk groter, als je ook tijdelijke en situationele beperkingen meetelt. Denk bijvoorbeeld aan mensen die een hersenschudding hebben, of een gebroken arm. Voor hen kan het tijdelijk lastig zijn om hun computer of telefoon te bedienen zoals ze dat normaal zouden doen.

En we kunnen het nog verder trekken. Stel je voor dat je op een luidruchtig kantoor zit, of juist in een stiltecoupé in de trein. Wil je dan een filmpje kijken, dan heb je – als je geen koptelefoon bij je hebt – toch echt ondertiteling nodig om de inhoud te kunnen volgen.

Toegankelijkheid is dus zeker niet iets ‘voor maar een paar mensen’. Iedereen heeft er profijt van.

Een korte introductie tot webtoegankelijkheid

Al in 1997 gaf Tim Berners-Lee – één van de grondleggers van het internet – dit aan:

De kracht van het web zit [hem] in zijn universaliteit. Toegankelijkheid voor iedereen, ongeacht beperking, is essentieel.

Als we het letterlijk over toegang tot het internet hebben, zitten we in Nederland helemaal niet verkeerd. Bijna iedereen heeft WiFi of een mobiel data-abonnement. Het gaat daarom eigenlijk meer om de vraag: in hoeverre kunnen mensen met een beperking hetzelfde uit een website halen als mensen zonder beperking?

Om ontwikkelaars op weg te helpen, heeft het Worldwide Web Consortium (W3C) internationale richtlijnen voor toegankelijkheid opgesteld: de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG). Die richtlijnen zijn gebaseerd op 4 onderliggende principes.

  • Waarneembaar
    Gebruikers moeten op de één of andere manier de content tot zich kunnen nemen. Waar de meeste gebruikers hun zicht gebruiken om bijvoorbeeld een tekst te lezen, is dat niet mogelijk voor iemand die slechtziend of blind is. Dat betekent dat je alternatieven moet aanbieden, zoals audio als alternatief voor tekst, en ondertiteling of transcripties als alternatief voor audiovisuele content.
  • Bedienbaar
    Gebruikers moeten kunnen interacteren met alle bedieningselementen en interactieve elementen op de website. Dat betekent dat alles wat een gebruiker met een muis of touchscreen kan doen, ook beschikbaar moet zijn voor gebruikers die alleen een toetsenbord of ander hulpmiddel kunnen gebruiken.
  • Begrijpelijk
    De content en bediening moeten begrijpelijk zijn en verwarring voorkomen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de website op een voorspelbare en consistente manier werkt en dat gebruikers eventuele fouten (in bijvoorbeeld een formulier) kunnen herstellen, ongeacht op welk apparaat of via welk hulpmiddel ze de site bezoeken.
  • Robuust
    De website moet zo opgebouwd zijn dat hij door zo veel mogelijk browsers, apparaten en ondersteunende technologieën ondersteund wordt.

Richtlijnen toegankelijkheid

De richtlijnen zijn enorm uitgebreid. Op de WCAG-website vind je een volledige beschrijving en een kortere versie. Je kunt er ook precies vinden met welke technieken je elk punt kunt toepassen op je website.

Elke richtlijn is verder gespecificeerd naar 3 niveaus: A, AA en AAA. Implementeer je een richtlijn op niveau A, dan ga je voor de meest basale versie, terwijl niveau AAA de meest uitgebreide maar ook meest toegankelijke implementatie is.

De WebAIM-groep heeft de WCAG-richtlijnen versimpeld tot een wat concretere en meer digestible checklist, compleet met linkjes naar de uitgebreide beschrijving op de W3C-website. Dat is ook een goede om mee te beginnen.

Redenen genoeg om serieus aan de slag te gaan met toegankelijkheid

In de titel van het artikel beloofde ik je dat ik je een aantal goede redenen zou geven om toegankelijkheid prioriteit te geven. Ondanks dat het ethische aspect al een reden in zichzelf is, zijn er nog een hoop andere redenen om toegankelijkheid serieus te nemen.

1. Voor sommige organisaties is het wettelijk verplicht

Hoewel de Wet gelijke behandeling stelt dat bedrijven hun producten en diensten zo toegankelijk mogelijk aan moeten bieden, zijn er voor de meeste organisaties geen wettelijke consequenties als je website ontoegankelijk is. Het zit echter anders voor overheidsinstanties en publieke instellingen.

Die laatstgenoemden zijn namelijk wél wettelijk verplicht om aan de WCAG-richtlijnen te voldoen op AA-niveau. Daar vallen niet alleen websites van de staat onder, maar dus ook websites van bijvoorbeeld provincies en gemeenten.

2. Meer potentiële conversie omdat je pijnpunten wegneemt voor al je gebruikers

Als je website niet (voldoende) toegankelijk is, loop je potentiële klanten mis. Het is zonde als je conversie misloopt omdat bijvoorbeeld je bestelpagina of offerte-aanvraagformulier niet geschikt is voor ondersteunende technologieën.

Bedenk ook dat als je je websiteprocessen makkelijker en duidelijker maakt voor je gebruikers, je conversie hier waarschijnlijk sowieso van profiteert. Iets wat voor gebruikers met een beperking wellicht een dealbreaker is, kan ook een pijnpunt zijn voor andere gebruikers. Nadenken over een toegankelijke website is dus eigenlijk hetzelfde nadenken over de gebruiksvriendelijkheid voor alle gebruikers. Niet alleen voor mensen met een beperking.

3. Het levert je SEO-voordeel op

Een toegankelijke website zorgt vaak voor een betere gebruikerservaring, en dat brengt op zijn beurt weer SEO-voordelen met zich mee.

Een goede koppenstructuur zorgt bijvoorbeeld voor goede ervaring met een screenreader, omdat gebruikers dan kunnen kiezen welk deel van de tekst ze willen lezen. Maar ook zoekmachines vinden dit fijn, omdat ze dan beter begrijpen wat de hoofdonderwerpen van je tekst zijn. Daarnaast heb je met een goede koppenstructuur bijvoorbeeld kans dat je pagina als featured snippet wordt opgenomen in de zoekresultaten.

Een ander voorbeeld is het opnemen van alt text bij afbeeldingen. Voor gebruikers met een screenreader zorgt dat ervoor dat ze een indruk krijgen van de inhoud van de afbeelding, maar datzelfde geldt voor zoekmachines.

In sommige gevallen zorgt het er zelfs voor dat een deel van je content dat normaal niet geïndexeerd zou worden, alsnog wordt geïndexeerd. Denk bijvoorbeeld aan video’s. Door een transcript bij je video te plaatsen, maakt dit je video toegankelijker voor je gebruikers. En het zorgt er tegelijkertijd voor dat de inhoud van die video toegankelijk wordt voor zoekmachines.

4. Het forceert je om gestructureerde code te schrijven

Hoewel je met CSS en JavaScript je code precies kan laten doen wat je wil, qua styling maar bijvoorbeeld ook de volgorde waarop elementen op het scherm verschijnen, moet je afvragen of dat altijd een goed idee is. Door zoveel mogelijk standaard HTML-elementen te gebruiken en een chronologische structuur van elementen aan te houden in je code, zorg je voor toegankelijke code.

Zo weet een screenreader bijvoorbeeld dat alles tussen de <nav></nav> tags onderdeel is van het menu, en alles tussen de <main></main> tags juist weer onderdeel is van de belangrijkste content van de pagina. Op basis van de <p>-tags kan de screenreader ook verschillende paragrafen onderscheiden.

Je voorkomt met een chronologische volgorde van je HTML-elementen ook dat een screenreader je content in een andere volgorde presenteert dan bedoeld. Soms komt het voor dat ontwikkelaars met CSS en JavaScript elementen op een bepaalde volgorde op het scherm plaatsen die niet overeenkomt met de volgorde waarop ze in de code staan. Dat kan heel verwarrend zijn voor mensen die afhankelijk zijn van ondersteunende technologieën.

Door de meest ‘passende’ elementen te gebruiken krijg je vaak ook ‘gratis’ functionaliteit. Door bijvoorbeeld een <button>-element voor een knop te gebruiken, in plaats van een algemene <div>, is de knop bijvoorbeeld gelijk geschikt voor bediening met een toetsenbord.

Ten slotte maakt goed gestructureerde code het ook voor jezelf als ontwikkelaar een stuk makkelijker om met de code te werken.

5. Het kost niet zoveel tijd en geld als vaak wordt gedacht

Marketeers zien misschien niet de waarde in van het toegankelijk maken van een website. Het kan namelijk duur zijn en redelijk wat tijd kosten om een bestaande site om te gooien en te laten voldoen aan de maken voor de WCAG-guidelines. Als je echter vanaf het begin van de ontwikkeling al rekening houdt met het gebruiken van toegankelijke ontwikkeltechnieken en het optimaliseren van je multimediacontent, kan je de tijd en kosten tot een minimum beperken.

Wat kan ik doen om hiermee aan de slag te gaan?

Scan je website om erachter te komen waar de eerste verbeterpunten liggen. Er zijn verschillende tools beschikbaar om erachter te komen welke voor de hand liggende punten je kunt aanpakken om de toegankelijkheid van je website te verbeteren.

WAVE

De WAVE-tool van WebAIM laat je in de vorm van waarschuwingen en foutmeldingen zien waar je nog werk kunt verrichten aan je site, maar de tool laat je ook zien aan welke accessibility features je al wel voldoet, zoals ARIA-labels of landmarks. Handig is dat je per waarschuwing of fout precies naar het element kunt ‘springen’, zodat je weet waar het precies om gaat.

WAVE

Je kunt vervolgens ook gelijk doorklikken naar de referentie zodat je uitgebreider kunt lezen wat je kunt doen om dat punt aan te pakken. Naast de webversie van WAVE is er ook een browserextensie beschikbaar voor Firefox en Chrome. 

Tota11y

Een andere handige tool is Tota11y. Het toffe hieraan is dat het eigenlijk een stukje JavaScript is wat je als bladwijzer op kan slaan. Dat betekent dat je heel makkelijk de tool naar voren kunt halen op elke website.

Tota11y

Je loopt vervolgens stap voor stap door de pagina heen, en krijgt ook verbetersuggesties. Als de tool bijvoorbeeld aangeeft dat er onvoldoende kleurcontrast aanwezig is tussen bepaalde elementen, geeft hij een suggestie voor een andere kleurencombinatie die wél voldoende contrast biedt.

User testing

Tools blijven echter slechts hulpmiddelen. Ze kunnen lang niet alles checken en het klopt ook niet altijd. Blijf dus zelf altijd goed nadenken en loop ook zelf nog de WCAG-richtlijnen (of de versimpelde checklist) door.

Niks gaat echter boven het uiteindelijke testen met echte gebruikers. Het is namelijk als ontwikkelaar lastig voor te stellen hoe mensen met een beperking je website nu echt beleven. Met user testing kun je kijken of je website in de praktijk ook echt als toegankelijk wordt beschouwd, en wat je eventueel nog verder kunt aanpassen.

Toegankelijkheid: waar te beginnen?

Dit artikel is nog maar het topje van de ijsberg qua content die je kunt vinden over toegankelijkheid. Als je serieus met toegankelijkheid aan de slag wil is er zoveel content te vinden dat je misschien niet meer weet waar je moet beginnen en wat je allemaal ‘moet’ implementeren.

Bedenk echter dat het bijna onmogelijk is om 100% toegankelijk te zijn en het hele lijstje van de WCAG af te vinken op niveau AAA. En dat hoeft ook niet.

Het gaat erom dat je rekening houdt met toegankelijkheid, het liefst al vanaf het begin van een project, en zoveel doet al je kunt. Niet alleen gebruikers met een beperking, maar al je gebruikers zullen je dat uiteindelijk in dank afnemen.


Source: Frankwatching
5 redenen om de toegankelijkheid van je website prioriteit te geven

Google Page Experience: wat is het & wat betekent het voor jou?

Google neemt vanaf 2021 Google Page Experience op in het algoritme. Klinkt belangrijk. Wat is het eigenlijk en wat betekent het voor jou? En moet je nu als een malle je site gaan optimaliseren om niet achter te lopen in de rankings? Stay calm and read on.

Wat is Google Page Experience?

Google Page Experience is de benaming voor een set factoren die gaan over de daadwerkelijke ervaring die een gebruiker heeft met de pagina. Het zijn reeds bestaande factoren als mobielvriendelijkheid, safe-browsing, HTTPS en opdringerige interstitials (schermvullende pop-ups op mobiel). Een nieuw deel is Web Core Vitals: Google’s benaming voor drie laadsnelheid- en ervaringsfactoren, te weten:

Page Experience wordt pas vanaf 2021 opgenomen in het core-algoritme. Google geeft een half jaar van tevoren een seintje.

Core web vitals Google

Overzicht van de factoren in Google Page Experience.

Mobielvriendelijkheid, safe-browsing, HTTPS en opdringerige interstitials werden al langer gecheckt door Google. Ook laadsnelheid werd al langer meegenomen in de beoordeling van webpagina’s. Deze waren wel altijd al gericht op de gebruikerservaring (en eenvoudiger en sneller crawlen voor Googlebot 😊). Wie wel eens de tool Google Pagespeed Insights heeft gebruikt, kent wellicht First Content Paint of Time to Interactive. Ook Time to First Byte en Speed index die je wellicht kent van Webpagetest.org.

voorbeelden van Largest Contentful Paint.

Voorbeeld van hoe Largest Contentful Paint (LCP) er in de praktijk uit ziet.

Voor een groot deel is dit dus alleen pr van Google. Er zijn een aantal al bestaande factoren samengevoegd onder één naam: oude wijn in nieuwe zakken. Echter zijn LCP, FID en CLS metrieken die net iets anders meten. Een verfijning die meer gericht is op de daadwerkelijke gebruikservaring.

AMP: de kronieken van een aangekondigde dood?

Met de aankondiging van Page Experience kwam ook de mededeling dat AMP geen noodzakelijkheid meer gaat zijn om in de Top Stories-carrousel met nieuwsberichten te verschijnen: Page Experience gaat deze functie overnemen. Ook moet je site nog steeds gevalideerd zijn als nieuwswaardige bron.

Of dit een eerste voorzichtige stap is naar het afscheid van AMP durf ik niet te zeggen, maar ik hoop het wel. Google heeft veel tijd en geld geïnvesteerd in het promoten van AMP en ook bij Google moeten ze die investering verantwoorden. Ik zie het vooral als een kleine overwinning voor SEO-held Barry Adams, die zijn bekende anti-AMP blogartikel dan ook een flinke boost zag krijgen.

Barry Adams anti-AMP

Wat betekent Google Page Experience voor jou?

Nóg meer metrieken: fijn voor data-nerds, jij als marketeer ziet door de bomen het bos niet meer.

Daarom is het belangrijk dat je goede boswachters hebt: mensen die voor jou de bomen en fauna daartussen in de gaten houden en kunnen ingrijpen als dat nodig is. SEO-consultants kunnen je adviseren over de noodzaak van aanpassingen. Je webbouwer is een belangrijke schakel om te zorgen dat je website aan alle voorwaarden van mobielvriendelijkheid, safe-browsing, HTTPS en interstitials voldoet en kan aanpassingen doorvoeren voor een snellere gebruikservaring.

First Interactive Delay (FID).

Schematische weergave van First Interactive Delay (FID)

Moet ik mijn website aanpassen op Google Page Experience?

Als je website nog niet mobielvriendelijk is, niet goed beveiligd is en nog storende interstitials weergeeft, had je dat allang al moeten aanpassen.

Je wil natuurlijk altijd een snellere website en een betere gebruikerservaring. 😊 Is het niet voor SEO-doeleinden, dan wel om je advertentiecampagne beter te laten presteren of om meer conversies te realiseren (bereken hier wat een seconde tijdswinst jou kan opleveren). Daarom raad ik altijd aan om de laadsnelheid van een website te verbeteren.

Het is echter niet zo dat je vanaf dit moment achter loopt op je concurrentie die de website al wel heeft geoptimaliseerd op de nieuwe factoren. Zoals gezegd, gaat Google deze drie nieuwe metrieken pas vanaf volgend jaar meenemen in het core-algoritme. Mobielvriendelijkheid, safe-browsing, HTTPS, opdringerige interstitials en andere laadsnelheid metrieken waren al langer een rankingfactor. Bovendien geven ze zes maanden van tevoren een seintje dat dit het geval gaat zijn.

Cumulative Layout Stability (CLS), onderdeel van Google Page Experience

Voorbeeld van Cumulative Layout Stability (CLS)

Meer tools = meer beter

SEO’ers houden van tools en dus ben ik blij dat Google al zijn tools (zie hieronder) heeft geüpdatet naar de nieuwe Core Web Vitals (LCP, FID en CLS). Ook is er in Google Search Console een rapport met deze metrieken verschenen voor continue monitoring.

Google Page Experience is deels een nieuwe naam voor al bestaande factoren en deels een verfijning van de metrieken voor laadervaring. Daarnaast gaat AMP vervallen als vereiste voor de Top Stories-carrousel. De aanpassingen worden pas vanaf 2021 doorgevoerd en Google geeft ruim op tijd aan wanneer dit gaat gebeuren. Er zijn verschillende tools om te testen of je voldoet aan de door Google gestelde benchmarks. Vraag je SEO-specialist of webbouwer om hulp bij het optimaliseren voor Page Experience.


Source: Frankwatching
Google Page Experience: wat is het & wat betekent het voor jou?

Zo beheer je meerdere websites wél efficiënt

Veel grote organisaties hebben meer dan één website in de lucht. Hoe meer websites, hoe complexer het beheer. En hoe hoger de kosten. Nog uitdagender is het als die websites ook nog eens verschillende interne eigenaren hebben. Bekend probleem? Het kan eenvoudiger. Met een multisite beheer je maar één omgeving.

Toekomstbestendig beheermodel voor websites

Ondanks de razendsnelle ontwikkeling van webtechnologie, worstelen veel organisaties met het efficiënt beheren van hun websites. Met iedere website die ze toevoegen aan hun online landschap stijgen beheerslast en kosten evenredig. Dat is geen toekomstbestendig model. De toenemende eisen aan de beveiliging van websites en van wetgeving (AVG, toegankelijkheid) maakt efficiënt beheer extra complex.

Je wil snel kunnen inspelen op veranderingen in de markt. Daarvoor heb je een schaalbaar en flexibel model nodig om snel nieuwe sites te kunnen lanceren, staken of aanpassen, met minimale invloed op de beheerslast en kosten. Too good to be true? Valt mee.

Met een multisite-architectuur beperk je structurele kosten en beheertaken, ongeacht het aantal websites. Je beheert immers maar één omgeving.

Schaalbaarheid en flexibiliteit worden steeds belangrijker om in te spelen op veranderingen in de markt.

Multisite: één kern – onbeperkt aantal websites

Met een multisite-architectuur beheer je meerdere websites efficiënter. Een multisite-architectuur bestaat uit één centrale technische kern. Meestal is dat een CMS in combinatie met één of meerdere databases. Deze kern is de basis voor alle websites in de architectuur. Kies je voor een degelijk CMS, dan is het aantal websites dat je ermee kunt beheren vrijwel onbeperkt.

Dit biedt meerdere voordelen. Allereerst hoef je maar één omgeving up-to-date te houden en diens veiligheid te monitoren. Ten tweede kun je content en features hergebruiken voor al je websites. Ook beheer je gebruikers, rollen en rechten op één plek. En je hoeft –hier worden redacteuren blij van– maar één CMS te leren kennen.

Zeester

Florian Berger via Unsplash

Multisite: waarom heeft niet iedereen dit al?

Oplossingen voor multisites bestaan al langer. Alleen is de kans klein dat je er echt iets mee kon. Het waren vooral incomplete modules voor open source CMS’en zoals WordPress en enterprise-systemen zoals Sitefinity voor grote organisaties zoals automerken. Geen effectieve of rendabele oplossing voor het gros van de bedrijven.

Wat ook meespeelt is de levensduur van een website. Als je net hebt geïnvesteerd in een nieuwe corporate website, dan hoop je daar een aantal jaar mee te doen. Niet iedereen is daarom in staat direct te kunnen profiteren als een nieuwe kans zich voordoet.

Investeer in een duurzaam model, waar je jaren op kunt voortbouwen.

Kies je CMS

Tegenwoordig zijn er een aantal stabiele open source-oplossingen voor multisites beschikbaar voor vrijwel ieder budget. Uit persoonlijke ervaring kan ik de CMS’en Drupal en Umbraco van harte aanbevelen. Drupal wordt bijvoorbeeld gebruikt door vrijwel alle Australische overheidsinstanties, Umbraco wordt gebruikt om alle merken van Carlsberg Group te beheren.

Maar ook ziekenhuizen, scholenkoepels, gemeenten, projectontwikkelaars en restaurantketens zetten steeds vaker multisite-oplossingen in. Werk jij met een CMS waarmee je meerdere websites tegelijk eenvoudig kunt beheren? Laat van je horen in de comments. Ik ben benieuwd welke andere CMS’en deze feature volwassen hebben ontwikkeld.

Hoe meer sites, des te lager de kosten

Naast efficiëntie, zit een grote meerwaarde in het kostenmodel van een multisite-architectuur. Met iedere website die je eraan toevoegt, daalt de total cost of ownership (TCO). De in verhouding grootste investering is het opzetten van de architectuur en de eerste website. Iedere daarop volgende website is goedkoop omdat je gebruikmaakt van een bestaand CMS, modules, templating en hosting.

Structurele kosten voor aanvullende websites zijn beperkt. Het ligt uiteraard aan de leverancier, maar over het algemeen betaal je alleen een fee per website voor het onderhoud van het hele systeem en eventueel een surplus voor de hosting als de traffic flink toeneemt.

Waar je bij een traditioneel landschap van websites meer in je innovatiekracht wordt geremd naarmate de omvang toeneemt, is het bij een multisite-architectuur juist omgedraaid. Nieuwe features zijn automatisch voor alle bestaande (en toekomstige) websites beschikbaar.

Complexe organisatie – eenvoudig beheer

Kent jouw organisatie meerdere interne eigenaren per website? Dan kan het een uitdaging zijn ervoor te zorgen dat alle websites veilig zijn, huisstijlconform en aan alle wetgeving voldoen zoals de AVG, EN 301 549 (toegankelijkheid) of Wet Hergebruik Overheidsinformatie (WHO). Met een multisite-architectuur stroomlijn je deze essentiële processen. Je regelt rollen en rechten namelijk allemaal op één plek.

Ik zie dat bij organisaties hierdoor meestal een natuurlijke eigenaar voor de architectuur ontstaat. Eén aanspreekpunt die de omgeving up-to-date en compliant houdt. Daarmee kunnen de verschillende eigenaren van websites zich volledig op het doel van de website richten.

Vissen

Jean Wimmerlin via Unsplash

Case: PCBO Apeldoorn

De onderwijsorganisatie PCBO in Apeldoorn heeft 27 basisscholen onder haar hoede. Iedere school is uniek, maar wat een schoolsite moet doen en kunnen is vrijwel gelijk. Na samen behoeftes in kaart te hebben gebracht, is een platform ontwikkeld voor PCBO dan nu alle schoolsites ondersteunt. Eén technisch systeem dat iedere school de vrijheid geeft zichzelf met een eigen look & feel te presenteren.

Case: Volvo dealersites

Alle 68 Volvo-dealers in België en Luxemburg maken gebruik van hetzelfde platform. Het biedt een kant-en-klare site die individuele dealers naar wens kunnen uitbreiden. Op basis van een modulair blokkensysteem in de juiste huisstijl, bouwen dealers zelf hun pagina’s op. Volvo stelt veel inhoud ter beschikking die in het platform aanwezig is, zodat dealers zich op de inhoud kunnen concentreren.

Case: Maastricht Universitair Medisch Centrum

De multisite-architectuur van het MUMC+ telt circa 100 websites. Voorheen had iedere afdeling een eigen website, in wisselende staat van onderhoud en actualiteit. Eigenaarschap was diffuus: wie was verantwoordelijk voor technische veiligheid en inhoudelijke kwaliteit? Na het realiseren van een multisite-architectuur kregen afdelingen een offer they couldn’t refuse: goedkoop een eigen website en zonder omkijken naar de techniek.

Inmiddels zijn alle afdelingen vrijwillig overgestapt. Naast dat de organisatie technische kosten bespaart, is de inhoudelijke kwaliteit van informatie flink toegenomen.

Breng eerst jouw landschap van websites in kaart.

Overtuigd? Dan aan de slag

Heeft je organisatie meer dan één website, dan is de kans groot dat een multisite-architectuur zinvol is. Inventariseer eerst het landschap en breng de behoeftes en huidige knelpunten in kaart.

  • Hoeveel websites telt je organisaties?
  • Bij hoeveel verschillende leveranciers?
  • Wat zijn de totale kosten?
  • In hoeverre voldoen ze aan veiligheidseisen, huisstijl/communicatie-eisen, intern beleid en landelijke wetgeving?

Zo kun je straks makkelijker het verschil met een aanbod voor een multisite-oplossing vergelijken. In grotere organisaties bouw je hiermee ook een sterk dossier op waarmee je later draagvlak wint in je organisatie voor vernieuwing. Probeer ook grip te krijgen op de innovatie-achterstand en het concurrentienadeel dat ontstaat omdat het online landschap onvoldoende schaalbaar en flexibel is om kansen te pakken.

Waar je rekening mee wil houden

Vendor lock-in

Het is hartstikke efficiënt je landschap van websites onderbrengen in één systeem en bij één leverancier. Het risico is dat je daarmee vast komt te zitten aan één partij. Maak daarom afspraken over de overdraagbaarheid van het systeem en kies bij voorkeur voor een open source-CMS waarvoor voldoende aanbieders zijn in Nederland.

Slimme UX/templates

Je haalt maximaal profijt uit een multisite-architectuur als je templates kunt hergebruiken. Dat betekent echt niet dat al je sites er hetzelfde uitzien: als je herbruikbare UX-elementen ontwikkelt met een paar variabelen kom je een heel eind. Denk aan een kleurvlak met titel, tekst en button. Variabelen zijn bijvoorbeeld het kleurvlak (kleur, gradient, foto), de hoeken (scherp of met afronding), de lettertypes, button-vorm en de positie van de content in het kleurvlak.

Je hebt altijd nog de optie om iedere website van een uniek template te voorzien. Hoewel je dan minder profiteert van hergebruik, beperken de extra kosten zich tot het maken van een nieuw template – dat valt reuze mee.

Doe onderzoek

Als je een CMS kiest dat nog geen volwassen multisite-oplossing heeft, of een leverancier met onvoldoende ervaring, dan bestaat de kans dat je kunt fluiten naar efficiëntiewinst en kostenbesparing. Vraag leveranciers naar referenties en bel met hun klanten voor ervaringen uit eerste hand. Het is aan te bevelen dat je je eigen situatie en behoeftes vooraf in kaart hebt gebracht, zodat je gericht kunt vragen naar jouw casus.

Wat zijn jouw ervaringen?

Werk je voor een marketing- of internetbureau of heb je als organisatie meerdere websites? Laat van je horen in de comments. Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met meerdere sites tegelijk beheren.


Source: Frankwatching
Zo beheer je meerdere websites wél efficiënt

Hoger in de zoekresultaten: 3 invalshoeken die je nog niet kent

Je herkent als marketeer ongetwijfeld: die ene concurrent die steeds nét even beter rankt in de zoekresultaten op belangrijke zoektermen die voor jou ook heel relevant zijn. Sterker nog, na wekenlang aanpassingen doen, content verbeteren/uitbreiden, extra zoektermen in de tekst verwerken enzovoort wordt het resultaat er nog niet beter op. Vervelend! Het is daarom belangrijk om verder te kijken naar andere, zowel on-page als off-page, factoren. Dit zijn factoren waar je misschien niet meteen aan hebt gedacht, maar wel essentieel zijn voor een goede vindbaarheid in Google. In dit artikel geef ik 3 invalshoeken om te werken aan een betere ranking.

1. Werk aan een betere gebruikerservaring

Gebruikerservaring, oftewel user experience (UX), gaat over hoe de gebruiker de interactie aangaat met de website. Dit wordt voor Google een steeds belangrijkere factor. Zo belangrijk dat ze in 2021 met een nieuwe ranking factor komen, waarin de gebruikerservaring een grote rol speelt: Core Web Vitals.

Het verbeteren van de gebruikerservaring kan zowel op technisch vlak als inhoudelijk vlak. Daarbij kun je behoorlijk de breedte of de diepte ingaan. Om te werken aan verbeteringen die de meeste impact hebben, vind ik het prettig om mijzelf 3 vragen te stellen:

  • Vinden mensen wat zij zoeken?
  • Is de website aantrekkelijk genoeg om te blijven?
  • Weet de gebruiker wat hij of zij moet doen?

Vinden mensen wat zij zoeken?

Je kunt beginnen met de eerste vraag door de pagina’s te analyseren die je wil verbeteren. In Search Console kun je goed zien met welke zoektermen men op een specifieke pagina van je website binnenkomt. Dit doe je door naar het rapport ‘Prestaties’ te gaan en vervolgens bovenaan de tabel op ‘Pagina’s’ te klikken.

Search Console prestatierapport - pagina's

In het rapport ‘Prestaties’ in Search Console klik je bovenaan de tabel op ‘pagina’s’ om het paginaoverzicht te krijgen.

Als je in de tabel de gewenste pagina aanklikt, kun je bovenin de tabel weer teruggaan naar ‘zoekopdrachten’. Nu zie je de zoektermen die bezoekers in Google hebben gebruikt om vervolgens door te klikken naar deze pagina.

Kijk vervolgens naar de CTR (click through rate), aantal vertoningen, aantal klikken en eventueel positie. Deze kolommen maak je zichtbaar door bovenaan de grafiek de gewenste statistieken aan te klikken. Met welke zoektermen wordt deze pagina het vaakst vertoond? Met welke zoektermen komt men het vaakst op de pagina terecht? En strookt dit ook met de zoektermen/inhoud die jij hebt bedoeld voor de pagina?

Search Console prestatierapport - statistieken selecteren.

Bovenaan de grafiek kun je statistieken aan- of uitzetten. Naast de grafiek, pas je hier ook de kolommen in de tabel eronder aan.

Als de CTR voor de zoektermen waarop jij vindbaar wil zijn tegenvalt, dan loont het om goed te kijken of de content op de pagina, de meta description en paginatitel relevant genoeg aan elkaar en aan de gewenste zoekterm zijn. Toets of de pagina, en het zoekresultaat, beantwoorden aan de zoekintentie van de gebruiker. Is deze persoon op zoek naar een specifiek product? Wil deze persoon een aankoop doen of prijzen vergelijken? Zoekt deze persoon contact of adresgegevens of gaat het toch alleen maar om informatie (bijvoorbeeld ter oriëntatie)? Je kunt het bij jezelf ook nagaan: hoe specifieker de zoekopdracht, des te duidelijker is de intentie.

Staar je niet blind op je eigen pagina

Staar je vooral niet blind op je eigen pagina. Het loont om de andere resultaten in de top 10 te bekijken. Hoe zien deze resultaten eruit en op welke intentie spelen deze pagina’s in? Het kan je nieuwe inzichten opleveren en bovenal inzicht geven in hoeverre je pagina bij deze zoekopdracht past. Misschien is het wel beter om je pagina op iets andere zoektermen te focussen.

Pas de pagina waar nodig aan. Je ontkomt er niet aan om de content goed af te stemmen op de intentie. Maak de meta description en paginatitel uitnodigend en relevant voor de zoeker. Vergeet daarbij ook niet om gestructureerde data toe te passen om je zoekresultaat waar mogelijk extra op te laten vallen (rich snippets). Of geef, als het onderwerp van de pagina zich ervoor leent, zo concreet mogelijk antwoord op een vraag en plaats dit prominent op de pagina. Hierdoor kun je mogelijk een featured snippet krijgen als zoekresultaat.

Rich snippets

Meer weten over rich snippets? Op Frankwatching is er al meerdere keren over geschreven:

Wat doen bezoekers op de bestemmingspagina?

In Google Analytics kun je in het rapport ‘bestemmingspagina’s zien wat mensen doen als zij op de betreffende pagina zijn beland. Zoek in het rapport de pagina op die je wil analyseren en kijk met name naar de statistieken onder de categorie ‘gedrag’. Deze getallen kun je het beste interpreteren met het oog op de intentie van de zoeker en het doel van de pagina.

Een hoog bouncepercentage hoeft dus niet meteen te betekenen dat de meeste bezoekers hun doel niet bereiken. Om een paar voorbeelden te geven: op een productpagina kan een hoge bounce ontstaan door bezoekers die aan het vergelijken zijn. En op een FAQ-pagina kan kunnen bezoekers heel snel een antwoord op hun vraag hebben gevonden en vervolgens weer weggaan.

Als je pagina juist een informerend artikel bevat of de pagina is er op gericht op om mensen verder de website in te leiden, dan is een lager bouncepercentage wenselijker in combinatie met een langere sessieduur en/of pagina’s per bezoek.

Is je website aantrekkelijk genoeg om te blijven?

Nu hoeft een hoog bouncepercentage of een lage gemiddelde sessieduur niet alleen aan het inhoudelijke aspect te liggen. Ook andere factoren spelen een belangrijke rol. Het design of de lay-out, leesbaarheid, gebruiksvriendelijkheid, snelheid en veiligheid hebben allemaal invloed. Je pagina kan inhoudelijk nog zo goed aansluiten op de zoekterm, als je content slecht leesbaar is op mobiel, als je site niet gebruiksvriendelijk of heel erg traag is, is de kans groot dat de bezoeker snel weer teruggaat naar de zoekresultaten.

Dit zijn veel voorkomende factoren die een negatieve impact hebben op de gebruiksvriendelijkheid van de website:

  • Onbruikbare of moeilijk bruikbare formulieren op mobiel
  • Tekst en (tussen)koppen hebben op de desktop dezelfde lettergrootte/stijl als op mobiel
  • Onduidelijke navigatie of (hamburger)menu
  • Verkeerd schalende afbeeldingen
  • Trage website/hoge laadtijden

Test de website dus regelmatig. Laat iemand in je omgeving die nog niet bekend is met de website een specifieke taak uitvoeren op de website. Kijk vervolgens tegen welke problemen die persoon aanloopt. Veel van bovenstaande punten kun je ook testen met deze tool van Google: Mobile Friendly test. Het zal in elk geval genoeg input opleveren voor de developer om verbeteringen door te voeren.

Mobile friendly test.

Resultaten van de Mobile Friendly test.

Weet de gebruiker wat hij of zij moet doen?

Het moet voor de bezoeker duidelijk zijn wat hij of zij moet doen. Tenminste, als je wil dat de bezoeker de website niet zonder een interactie weer verlaat. Nu is het doel van elke website en/of webpagina weer anders, maar er is in bijna alle gevallen wel een gewenste vervolgactie te bedenken. Zoals een pdf downloaden, video bekijken, meer content bekijken, klikken op het e-mailadres/telefoonnummer, doorklikken naar contactgegevens, transacties, doorklikken naar de webshop, het contactformulier invullen, enzovoort.

Belangrijk is dat de gewenste conversieactie duidelijk en herkenbaar op de pagina wordt vermeld. Let hierbij op dat je ook niet het andere uiterste opzoekt. Als een webpagina vol staat met allerlei verschillende conversiemogelijkheden, dan kan dat heel verwarrend zijn voor de gebruiker. Zorg er dus voor dat de belangrijkste conversieactie duidelijk en herkenbaar op de pagina vermeld wordt.

2. Zorg ervoor dat je website op desktop en mobiel dezelfde content heeft

Is de mobiele versie van je website qua content gelijk aan de desktopversie van je website? Ja? Super! Nee? Lees dan even verder. Sinds de vorig jaar zomer indexeert Google primair de mobiele versie van elke nieuwe website. Mobile-first indexing noemen ze het. Google hanteert één index voor mobiele en desktop webpagina’s op het internet en kiest er dus voor om primair de mobiele versie van elke pagina te indexeren.

Voor een correcte weergave van je website in de zoekresultaten is het dus essentieel dat je website zowel op mobiel als op de desktop dezelfde content toont. Denk daarbij ook aan de kopjes, afbeeldingen en andere content naast tekst, alles moet hetzelfde zijn. Uiteraard zal de opmaak verschillen voor een optimale weergave en bruikbaarheid op mobiel, maar ook op dat vlak is het belangrijk om goed op te letten. Er wordt voor mobiele pagina’s/websites regelmatig gebruik gemaakt van lazy-loading: content die pas ingeladen wordt op het moment dat je er naartoe scrolt of op klikt. Google kan de content die pas na een interactie door de gebruiker zichtbaar wordt niet zien en dus ook niet indexeren. Houd hier dus rekening mee in bij het optimaliseren van je mobiele pagina’s. Het heeft veel invloed in hoe Google de content op je website interpreteert en vervolgens indexeert.

Responsive design

Een veelgebruikte manier is het hanteren van een responsive design voor je website, zodat je per pagina één url hebt voor de mobiele- en desktopversie. Het voordeel is dat je dan ook geen twee aparte versies van één pagina hoeft te onderhouden.

Als je wel gebruikt maakt van een aparte url/subdomein voor de mobiele versie van een pagina, is het belangrijk om de rel=alternate en canonicals voor elke pagina goed in te stellen, zodat de zoekmachine weet wat de mobiele- en desktopversie van een pagina is en dat deze niet als duplicate worden gezien.

Bij een responsive design is het ook mogelijk om elementen op een webpagina voor bepaalde schermgrootte onzichtbaar (hidden) of juist zichtbaar (visible) te maken. Deze toepassing wordt nog wel eens gebruikt om de content op het mobiele formaat compacter te maken. Net als bij lazy-loading na een gebruikersinteractie, kan dit ook invloed hebben op hoe Google de pagina ziet en indexeert. Dit is uiteindelijk van invloed op de vindbaarheid. Let er dus op dat je alle belangrijke content op de mobiele versie blijft tonen.

3. Werk aan de autoriteit van de website (en pagina)

De autoriteit van een website is een belangrijke ranking factor. Een korte uitleg: websites, maar ook individuele pagina’s, hebben een bepaalde mate van autoriteit. Hoe hoger, hoe beter. Autoriteit wordt doorgegeven door middel van links van de ene pagina naar de andere. Daarbij heeft een backlink vanuit een externe pagina met een hoge autoriteit vaak meer invloed dan een pagina met een lagere autoriteit. Van nature heeft de homepage van een website de meeste backlinks, maar vanaf de homepage zijn er ook allerlei interne links naar de andere pagina’s binnen de website. Op die manier wordt binnen de website autoriteit doorgegeven.

Vergelijk daarom de autoriteit van jouw pagina met de concurrerende pagina’s in de zoekresultaten. Wellicht heeft jouw pagina een lagere autoriteit dan de ‘concurrentie’. Ik zeg hierbij bewust ‘wellicht’. De autoriteit van je pagina of website is niet bepalend voor een betere positie, maar het heeft wel een grote invloed.

Analyseer de interne links

Om de autoriteit van de bewuste pagina te verbeteren, kun je prima eerst kijken naar de interne backlinks van deze pagina:

  • Bestaan er binnen de website al meerdere links naar de pagina?
  • Wat is de autoriteit van deze pagina’s?
  • Krijgt de pagina op deze manier al voldoende autoriteit vanuit de website zelf mee?

Zo niet? Dan adviseer ik om te kijken of je handmatig enkele interne links naar de betreffende pagina kunt leggen. Bijvoorbeeld een in-tekstlink vanuit een relevante alinea op een andere pagina of een link in het menu van de website.

Bekijk de externe links

Daarnaast is het goed om naar buiten te kijken. Een snelle methode is bijvoorbeeld door te bekijken welke backlinks de concurrerende webpagina’s in de zoekresultaten hebben. Vervolgens filter je daaruit interessante websites die jij ook zou kunnen benaderen voor een backlink. Ga vooral op zoek naar relevante en haalbare kansen in de vorm van websites waar je mogelijk een backlink van zou kunnen krijgen.

Hiervoor zou je op zoek kunnen gaan naar directories of bedrijfsoverzichten waar relatief eenvoudig een link naar je website te plaatsen is. Maar pas hier wel mee op. Veel pagina’s met een grote verzameling aan links, leveren amper nog een bijdrage aan je autoriteit en kunnen soms zelfs een negatieve invloed hebben.

Het is beter om op zoek te gaan naar websites met goede en relevante content. Met relevant bedoel ik niet alleen websites die in exact dezelfde branche zitten of over hetzelfde onderwerp gaan, maar vooral ook websites die een raakvlak hebben met jouw website. Probeer een haakje te vinden voor een artikel dat je kunt schrijven en benader deze websites met je idee. Vraag hen vervolgens of je een artikel voor die website mag schrijven en of er ook een link naar jouw pagina in opgenomen mag worden. Geen gemakkelijke klus, maar wel een proces dat op de langere termijn een positieve invloed kan hebben op de autoriteit van die pagina en uiteindelijk ook je website.

Externe website benaderen voor links

Wil je meer weten over het benaderen van externe websites, blogs of redacties door middel van outreach? Lees er meer over in deze artikelen:

Meer invalshoeken

In dit artikel gaf ik je 3 invalshoeken om de zichtbaarheid van je website te verbeteren in de zoekresultaten, anders dan alleen maar aan de content op de pagina zelf te werken. Ik hoop dat het je een bredere kijk geeft op de mogelijkheden. Heb je zelf nog een goede aanvulling of andere invalshoek? Laat het weten hieronder in de reacties!


Source: Frankwatching
Hoger in de zoekresultaten: 3 invalshoeken die je nog niet kent